**1..** Voor het besluit tot een maatregel (verlaging of weigering van de uitkering) of een schriftelijke waarschuwing stelt het college een onderzoek in waarbij rekening wordt gehouden met:
de ernst van de gedraging,
de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en
de omstandigheden waarin hij verkeert.
**2..** Het college stelt de belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
**3..** In afwijking van het tweede lid blijft het horen achterwege als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken;
het horen van de belanghebbende redelijkerwijs niet noodzakelijk is voor de vaststelling van de ernst van de gedraging, van de mate van verwijtbaarheid en van de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende.
**4..** In het besluit tot het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval vermeld:
de reden van de maatregel,
de duur van de maatregel,
het percentage en het bedrag waarmee de uitkering wordt verlaagd,
en indien van toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel.