**1..** Het college stelt de hoogte van de verlaging vast op een percentage van de netto uitkering op basis van de toepasselijke grondslag als de belanghebbende aanspraak maakt op een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ, dan wel op een percentage van de toepasselijke bijstandsnorm als de belanghebbende aanspraak maakt op een uitkering op grond van de WWB, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van belanghebbende.
**2..** In afwijking van het eerste lid kan ook op bijzondere bijstand een maatregel opgelegd worden indien aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 WWB.
**3..** Het in het eerste lid bedoelde percentage van de verlaging bedraagt:
bij gedraging van de eerste categorie 10 procent;
bij gedragingen van de tweede categorie:
30 procent bij geen benadelingsbedrag of een benadelingsbedrag tot en met € 1.000,--;
50 procent bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,-- tot en met € 5.000,--;
100 procent bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,-- tot en met € 10.000,--;
bij een gedraging van de derde categorie 100 procent.
**4..** Indien een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan verschillende gedragingen, die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 8 inhouden, wordt voor het bepalen van de hoogte van de maatregel uitgegaan van de gedraging waarop de zwaarste maatregel is opgelegd.
**5..** Het college weigert de uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ geheel, bij een gedraging van de derde categorie als bedoeld in artikel 6. Het bepaalde in het tweede lid is hierbij niet van toepassing.
**6..** De hoogte van de weigering, bedoeld in het derde lid, is gelijk aan het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit of in verband met arbeid.
**7..** Indien het college de uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ blijvend of tijdelijk weigert en de belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan een gedraging van een andere categorie die op grond van deze verordening tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
De hoogte van de maatregel en de weigering
Onderdeel van Verordening maatregelen WWB, IOAW, IOAZ 2012