Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen.
De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:
de plaats van de werkzaamheden;
het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het tweede lid, niet later mag liggen dan 6 maanden na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit;
de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken.
Hoofdstuk
Artikel 6: