7.1. Kwaliteitseisen
Ontwerpen, bouwstoffen en uitvoeringsmethoden zullen voldoen aan de geldende wettelijke c.q. gebruikelijke regelgeving en eisen. Deze zijn ondermeer vastgelegd in de meest recente standaard RAW-bepalingen, Normbladen en CROW-publicaties.
7.2. Kabel- en leidingstroken
Ten behoeve van het leggen van kabels en leidingen wijst de gemeente een kabel- en leidingenstrook aan. Voor kabel- en leidingstroken in nieuwbouwsituaties is NEN 7171 van toepassing.
Bij nieuwbouwplannen c.q. reconstructies moet in verband met het aanbrengen van appendages in de kabels en leidingen het maaiveld van de kabel- en leidingenstrook op nagenoeg de definitieve hoogte worden aangebracht. Is dit niet mogelijk dan moeten de appendages worden beschermd tegen beschadiging door bouwverkeer en dergelijke.
Bij werkzaamheden aan kabels en leidingen in bestaande situaties wordt het tracé van de kabels en/of de leidingen in overleg met de gemeente bepaald.
Voor het bepalen van de locatie van transformatoren en andere bovengrondse voorzieningen moet de gemeente goedkeuring geven.
7.2.5. Er dient voorafgaande aan de start van de werkzaamheden een klic melding in het kader van de Wet WION te worden gedaan, zodat men bekend is met en rekening kan houden met de reeds aanwezige kabels en leidingen.
7.3. Kruisingen
Bij kruisingen met al aanwezige kabels en/of leidingen of bij aanraking van kunstwerken, gebouwen en dergelijke zullen de door de aanbieder met de eigenaar of beheerder van de aanwezige kabels, leidingen, kunstwerken, gebouwen en dergelijke overeengekomen voorzieningen worden getroffen. De door partijen overeengekomen te treffen voorzieningen komen ten laste van de desbetreffende aanbieder.
Kruisingen met gefundeerde verhardingen moeten door middel van boringen of persingen worden uitgevoerd. Als een boring niet mogelijk is, moet er contact worden opgenomen met de gemeente.
Bij raketboringen een raket toepassen, met een diameter direct volgend op de door te voeren leiding. De maximale diameter voor raketboringen bedraagt ø 63 mm.
Boringen of persingen moeten loodrecht op de weg as - tot minimaal 1 meter buiten de kant van de verharding en met een minimale dekking van 0,8 meter tot de bovenkant van de verharding - worden gerealiseerd. Dit met een minimale verhouding van 1:1.
Indien kabels en/of leidingen geprojecteerd zijn onder waterbodems en dergelijke dan kan de gemeente in goed overleg met de aanbieder - en afhankelijk van de plaatselijke situatie, nadere voorwaarden stellen.
7.4. Bodemverontreiniging
De gegevens van een historisch bodemonderzoek en de bodemkwaliteitskaart dienen te worden opgevraagd bij de gemeente tegen de kosten op basis van de Legesverordening.
7.4.2 Partijen treden onmiddellijk in overleg wanneer vóór de aanvang van de werkzaamheden wordt vastgesteld of vermoed dat in het tracé sprake is van bodemverontreiniging. Dat gebeurt ook wanneer dit pas tijdens de uitvoering van de werkzaamheden blijkt. Bij dit voortgangsoverleg staan binnen de wettelijke kaders met betrekking tot bodemverontreiniging, de voortgang van het werk en het zo laag mogelijk houden van de maatschappelijke kosten voorop. Inspanningen reiken daarom niet verder dan dat wat wettelijk is vereist omdat het eigendom van de grond (inclusief verontreiniging) dikwijls bij de gemeenten ligt, de leidingen om niet in de gemeentelijke grond liggen en het initiatief tot graven bij de desbetreffende aanbieder ligt, worden in principe de extra te maken kosten bij kabel- en leidingwerkzaamheden die in verband kunnen worden gebracht met de aanwezige bodemverontreiniging voor kosten van de aanbieder.
Indien verhaal op een derde (de veroorzaker van de bodemverontreiniging) mogelijk is, zal de aanbieder actie ondernemen. Eventuele procedurekosten zullen - net als de eventuele door deze derde te betalen vergoeding - naar evenredigheid van de door partijen gedragen kosten, tussen partijen worden verdeeld.
De aanbieder dient op eigen kosten een astbestonderzoek te laten uitvoeren indien niet bekend is wat de funderingslaag bij asfaltverharding is.
7.5. Uitvoering
De aanbieder oefent tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het toezicht uit dat in redelijkheid van de aanbieder verlangd mag worden.
Op initiatief van de aanbieder wordt samen met de gemeente het tracé of een gedeelte daarvan voorafgaande aan het uitvoeren van de werkzaamheden geschouwd. Herstel van geconstateerde gebreken achteraf, zonder dat deze gebreken vooraf zijn vastgelegd, is voor rekening van de aanbieder.
De uitvoering van de werkzaamheden gebeurt zo dat nooit meer lengte sleuf openligt dan strikt nodig is. Indien plaatselijke of actuele omstandigheden daartoe aanleiding geven, dan bepalen partijen in onderling overleg een beperking van de openliggende sleuf. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zullen, waar nodig, over de openliggende sleuven, overbruggingen van voldoende breedte en draagkracht voor hulpdiensten en bestemmingsverkeer worden aangebracht. Dit gebeurt mede ter beoordeling van de gemeente.
Verstoringen ten gevolge van de kabel- en/of leidingaanleg aan punten aangegeven door KAD-stenen, markeringsstenen of buizen, moeten worden gemeld aan de gemeente. De meetkosten voor herstel van deze vaste punten zijn voor rekening van de veroorzaker van deze schade.
Op plaatsen waar ten gevolge van de werkzaamheden de rijweg, trottoirs of fietspaden verontreinigd zijn, zullen deze na aanvulling van de sleuf direct worden schoongemaakt. Enige schade die aan derden of eigendom van derden wordt toegebracht als gevolg van het niet-tijdig schoonmaken van de rijwegen, trottoirs of fietspaden, is voor rekening en risico van de aanbieder.
Op nader aan te wijzen locaties kan door de gemeente worden aangegeven dat er ter voorkoming van schade, buiten werktijden geen losliggende materialen mogen achterblijven op het werk.
. Indien de kabel en/of leidingsleuf langer open blijft liggen dan 24 uur of wanneer regenval plaatsvindt dient de uitkomende grond naast de sleuf afgedekt te worden met plastic. Wanneer dit niet heeft plaatsgevonden en de grond niet meer geschikt is voor verdichting, dient de aanbieder de grond af te voeren en nieuw zand aan te brengen. De hiermee gemoeide kosten komen voor rekening van de aanbieder. Bij de uitvoering moet de uitkomende grond en zand gescheiden worden, bij aanvulling dient de grond onder en het zand boven in de sleuf terecht te komen.
. Er mogen in de nachtelijke uren geen sleuven open blijven liggen tenzij deze van boven zijn afgedicht d.m.v. planken of er een deugdelijke afzetting langs de sleuf is geplaatst zodat er niemand in de sleuf kan vallen. De gemeente houdt zich het recht voor om in geval van gevaarlijke situaties de sleuf dicht te gooien zonder de aanbieder hiervan in kennis te stellen. De hiermee gemoeide kosten zullen bij de aanbieder verhaald worden.
7.6. Bouwstoffen
Afhankelijk van de uitvoeringswijze en de omstandigheden levert de aanbieder in voorkomende gevallen zand of andere grond aan of voert het overblijvende materiaal af.
te leveren zand moet voldoen aan de eisen zand voor zandbed, volgens de Standaard RAW-bepalingen en komocertificaat.
De aanbieder zorgt voor de uit het werk komende bouwstoffen. Verlies, vermissing of beschadiging van deze bouwstoffen komt voor zijn rekening tot het tijdstip dat de werkzaamheden door of vanwege de aanbieder zijn gerealiseerd.
Door de gemeente voor haar niet van waarde verklaarde oude bouwstoffen worden eigendom van de aanbieder en moeten volgens bestaande regelgeving worden afgevoerd.
De gemeente zal meewerken aan de verwerking van overtollige c.q. technisch ongeschikte grond, die volgens historisch onderzoek en organoleptische waarnemingen tijdens de uitvoering niet verontreinigd is. Dit gebeurt tegen zo laag mogelijke kosten. De kosten komen geheel voor rekening van de aanbieder.
7.7. Werkzaamheden in de nabijheid van beplantingen
In openbare groenvoorzieningen worden de sleuven zodanig ontgraven, dat de bovengrond, gescheiden van de mindere kwaliteit ondergrond, wordt opgeslagen en bij het dichten van de sleuf weer bovenin wordt verwerkt.
Bij het maken van sleuven door gazons of grasbermen of -stroken worden de graszoden vakkundig verwijderd en tijdelijk opgestapeld. Na aanvulling zullen de zoden goed aansluitend worden herlegd, met kruimelaarde afgedekt en zo nodig enige tijd nat gehouden. In onderling overleg kan voor een andere werkwijze worden gekozen.
Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd zonder instemming van de gemeente. Opgenomen beplanting moet worden ingekuild.
De gemeente en de aanbieder komen vóór aanvang van de werkzaamheden overeen welke maatregelen nodig zijn om schade aan de te handhaven beplanting te beperken. Ook bekijken ze welke te handhaven beplanting als waardevol wordt beschouwd.
Voor de werkzaamheden bij bomen zijn van toepassing de bepalingen zoals vermeld op de folder “Boombescherming op bouwlocaties” (laatste uitgave) van de vereniging Stadswerk Nederland, Vakgroep Groen, Natuur en Landschap.
Bij waardevolle beplanting moet graven in de wortelzone worden voorkomen.
Indien voor nieuwe leidingen een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, dan moet de wortelzone worden gepasseerd door het boren van mantelbuizen onder de wortelzone.
Van te handhaven beplanting mogen wortels dikker dan 25 mm in diameter niet worden verwijderd. Vrijgegraven wortels moeten worden beschermd tegen uitdroging, vorst en beschadiging.
Ontgravingen binnen de wortelzone van de te handhaven beplanting moeten zo snel mogelijk met uitkomende grond worden aangevuld.
Het is verboden door of namens de aanbieder te snoeien aan bomen of beplanting.
Het inrichten van werkterrein binnen de wortelzone van de te handhaven beplantingen is in principe niet toegestaan.
Na één groeiseizoen kan worden bekeken of en hoeveel schade is ontstaan aan de beplanting. Hierna kan alsnog de schade aan de veroorzaker in rekening worden gebracht, mits aantoonbaar door gemeente.
7.8. Verkeersmaatregelen
De aanbieder draagt zorg voor een veilige en deugdelijke uitvoering van de voorgeschreven verkeersmaatregelen zoals die zijn vastgelegd in de laatst gepubliceerde richtlijnen van de CROW voor werkzaamheden in uitvoering. De aanbieder zorgt ervoor dat de uitvoering van het werk plaatsvindt conform alle van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en regelingen. Aanwijzingen van daartoe bevoegde instanties zoals politie, brandweer en gemeente worden onverkort en per omgaande uitgevoerd.
7.9. Grondwerk
De uitvoeringsmethode wordt in overleg met de gemeente vastgesteld. Hierbij kan de gemeente bepalen dat - ter voorkoming van schaden of als de openbare veiligheid in het geding komt - het gebruik van mechanische werktuigen voor het ontgraven van (gedeelten van) sleuven niet is toegestaan. Open noch gesloten wegverhardingen zullen mogen worden ondergraven.
Bij het verrichten van ontgravingen voor het aanbrengen van een mantelbuis alsmede voor het latere herstel of onderhoud, zal, indien hiervoor de ruimte aanwezig is, de weg tot op een afstand van 1 meter uit de wegverharding onaangetast/onaangeroerd blijven. De grondopslag zal in overleg met de gemeente worden geregeld, tenzij anders overeengekomen.
De te ontgraven sleuf moet zodanig breed zijn, dat met mechanische verdichtings apparatuur verdicht kan worden, tenzij in overleg een andere methode is vastgesteld.
Teelaarde, zand, funderingsmateriaal en overige bouwstoffen moeten elk gescheiden worden ontgraven. De uitkomende materialen moeten worden afgedekt tegen neerslag.
Bij het aanvullen van sleuven moeten de grondsoorten worden aangebracht in de oorspronkelijke lagen en hoedanigheid.
Ter plaatse van open wegverhardingen moet minimaal de bovenste 0,1 meter uit straatzand bestaan. Het toe te passen straatzand moet voldoen aan de Standaard RAW-bepalingen. Bij verhardingen van gebakken materialen en/of natuursteen moet minimaal de bovenste 5 cm uit brekerzand bestaan. Het toe te passen brekerzand moet voldoen aan de Standaard RAW-bepalingen.
De dikte van de teelaarde en zandlagen moet gelijk zijn aan de oorspronkelijke laagdikten. Teelaarde mag niet mechanisch worden verdicht.
De werkzaamheden moeten bij voorkeur worden uitgevoerd in een droge sleuf. Indien voor het onttrekken van grondwater een vergunning of melding is vereist, dan zorgt de aanbieder hiervoor. De aanbieder draagt de kosten voor het verkrijgen hiervan en het voldoen aan de bepalingen ervan. Lozing van bronneringswater op het gemeentelijke rioolstelsel is in overleg mogelijk. De gemeente zal hiervoor geen kosten in rekening brengen.
Bij rijbanen, parkeervakken en fietspaden en alle overige voor gemotoriseerd verkeer toegankelijke verhardingen moet de aanvulling te allen tijde met zand (kwaliteit cunetzand volgens de Standaard RAW-bepalingen) geschieden.
Alle aanvullingen moeten in lagen van maximaal 0,30 meter worden verdicht.
verdichting moet zodanig zijn dat de indringweerstand niet meer dan 2,5% afwijkt van die van de omringende grond.
De controle van de verdichting tijdens de uitvoering mag gebeuren door een handsondeerapparaat, mits de conuswaarde wordt gerelateerd aan een, voor de te verdichten sleufaanvulling representatief proefvlak.
Incidenteel kan een fundering met milieutechnische randvoorwaarden voorkomen. Indien zogenaamde IBC-bouwstoffen zijn toegepast, dient verstoring van de isolering te worden voorkomen. Uitkomende IBC-bouwstof moet op dezelfde plaats worden teruggebracht, dan wel worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
7.10. Straatwerk
Indien de gemeente zelf herstraat, moet de aanbieder zorgen voor het instandhouden van de afzetting tot een maximale termijn van 2 werkdagen na gereedmelding van het werk. De gemeente is na deze termijn verantwoordelijk voor de afzetting. De aanbieder zal de gemeente zo goed mogelijk informeren over het tijdstip waarop deze kan beginnen met het herbestraten.
Indien de gemeente zelf herstraat zal de aanbieder de verhardingen tijdelijk herstellen daar waar dit noodzakelijk is voor de toegankelijkheid van panden en percelen.
Asfalt- en betonverhardingen worden tijdelijk hersteld met betonstraatstenen. De aanbieder draagt tot 6 maanden na dato einde werkzaamheden de zorg voor het tijdelijk herstelde gedeelte.
Het openbreken van asfalt moet gebeuren door het asfalt aan de zijkanten tot de benodigde diepte en minimaal 0,5 meter breed in te zagen.
Elementenverhardingen moeten na het aanbrengen ingeveegd worden met straatzand, met uitzondering van verhardingen van gebakken materialen en/of natuursteen. Wat betreft het invegen van deze materialen kunnen nadere eisen worden gesteld (bijvoorbeeld het invegen met brekerzand of voegvulling).
Schade aan verhardingen, ontstaan als gevolg van werkzaamheden aan kabels en/of leidingen, zal door de aanbieder tot een jaar na dato einde werkzaamheden (bij grote werken een jaar na oplevering), worden hersteld.
De verwijderde bestrating dient na het dichten van de kabelsleuf op minimaal 5 cm nieuw straatzand aangebracht te worden.
Kapotte tegels en ander soort bestratingmateriaal moeten vervangen worden. Tekortkomend semi-bestratingmateriaal (grind, split e.d.) moet aangevuld worden.
Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere bestrating verlangt het college specifiek schadeherstel.
7.11. Verwijderen kabels en leidingen
Aan de in het eerste tot en met het vijfde lid opgenomen verplichting om de instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk te gedogen komt een einde wanneer de aangelegde kabels gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar geen deel uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. In dat geval is de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk verplicht op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rustte de kabels op te ruimen.
Hoofdstuk
Artikel 7: