Met betrekking tot het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in hoofdstuk 5 en 6 van de verordening is bepaald dat:
een persoonsgebonden budget voor een scootmobiel of een ander vervoermiddel gelijk is aan het bedrag dat het College zou moeten betalen voor de goedkoopst compenserende naturaverstrekking. Dit komt overeen met 75% van de nieuwwaarde van de voorziening.
een persoonsgebonden budget voor een rolstoel gelijk is aan het bedrag dat het College zou moeten betalen voor de goedkoopst compenserende naturaverstrekking. Dit komt overeen met 75% van de nieuwwaarde van de voorziening.
het te verstrekken persoonsgebonden budget voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen mede is bestemd voor aanpassing, onderhoud, reparatie en service van de voorziening.
de hoogte van het persoonsgebonden budget voor de kosten van onderhoud, reparaties en service voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen gelijk is aan de bedragen genoemd in bijlage II van dit besluit.
de noodzakelijke individuele aanpassingen voor 100% worden vergoed.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 4.
Artikel 13.
Persoonsgebonden budget, drempelbedragen en eigen bijdrage voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012