Met betrekking tot het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van de verordening is bepaald dat:
voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen duurder dan € 3.000,- het persoonsgebonden budget achteraf wordt betaald voor zover dat niet tot financieringsproblemen leidt.
voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen goedkoper dan € 3.000,- wordt persoonsgebonden budget vooraf wordt uitbetaald.
als het persoonsgebonden budget lager is dan € 3.000,- er geen controle op de uitgave van het persoonsgebonden budget plaatsvindt. Als het een verblijfsrolstoel betreft is wel een selectierapport vereist.
als het verstrekte persoonsgebonden budget hoger is dan € 3.000,- er volledige controle op de uitgave van het persoonsgebonden budget plaatsvindt, mede op basis van het selectierapport.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 4.
Artikel 14.
Controle en betaling persoonsgebonden budget voor rolstoelen en vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012