De verlaging wordt opgelegd met ingang van de eerst volgende
kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het
opleggen van de verlaging aan de belanghebbende is
bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand
geldende norm.
Indien verlaging van de bijstand overeenkomstig het eerste lid
niet mogelijk is, wordt de bijstand verlaagd gedurende de
eerstvolgende maand(en) nadat aan belanghebbende binnen een jaar
na de beëindigingsdatum van de bijstand opnieuw bijstand is
toegekend.
Een verlaging wordt over één maand uitgevoerd. Het college kan
het noodzakelijk achten om uitvoering van de verlaging te
spreiden over meerdere maanden.
Voor zover de bijstand nog niet is uitbetaald, wordt de
verlaging toegepast op de nabetaling van de betreffende bijstand
In afwijking van het eerste lid wordt, voor zover het een
zelfstandige betreft die bijstand voor het levensonderhoud in de
vorm van een geldlening op grond van het Bbz heeft ontvangen, de
verlaging met terugwerkende kracht worden betrokken bij de
definitieve vaststelling van die
bijstand.
Paragraaf 2.
Artikel 7.
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Verordening Afstemming en handhaving Wwb c.s. 2012’