De toehoorders en vertegenwoordigers van de
pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde
plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
Het geven van tekenen van goed- of afkeuring
of het op andere wijze verstoren van de orde is
verboden.
De voorzitter is bevoegd toehoorders die op
enigerlei wijze de orde van de vergadering
verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij
herhaling de orde in de vergadering verstoren kan
hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
de vergadering ontzeggen.