Bij aanstelling kennen burgemeester en wethouders de ambtenaar het
salaris toe dat:
wanneer hij 21 jaar of ouder is, in de voor hem geldende
salarisschaal, is vermeld achter het salarisnummer 0;
wanneer hij jonger dan 21 jaar is, in de voor hem geldende
salarisschaal, is vermeld achter het salarisnummer,
bestaande uit het getal, dat overeenkomt met zijn
leeftijd.
Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het
toekennen van een hoger salaris, indien daarvoor naar het oordeel
van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.
Wanneer de ambtenaar niet aan de functie-eisen voldoet of nog geen
juist beeld is verkregen van zijn wijze van functioneren, kan hij
worden aangesteld in een lagere salarisschaal dan de in lid 1
bedoelde salarisschaal. Burgemeester en wethouders kunnen nadere
regels stellen.