Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Periodieke verhogingen van het salaris

Onderdeel van Bezoldigingsverordening 1999

Bij de overgang naar een hogere schaal wordt de ambtenaar ingeschaald op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. In geval het salarisverschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het bedrag dat de ambtenaar aan salaris zou hebben ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan naar de nieuwe schaal, maar in zijn oude schaal een periodieke verhoging zou hebben gekregen en het bedrag van zijn oude salaris, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag; ingeval de ambtenaar thans is ingeschaald op het maximum van de salarisschaal en het verschil met het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal minder bedraagt dan ¦. 125,--, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het bedrag dat direct volgt boven vermeld bedrag. Bij bevordering van de ambtenaar jonger dan 21 jaar, vindt de inpassing in het hogere niveau plaats op het daarin voor hem geldende leeftijdssalaris. De verhoging van het salaris van de ambtenaar van 21 jaar en ouder, binnen het bij zijn functie behorende niveau, geschiedt nadat hij een jaar in die functie heeft doorgebracht. Alle hierna volgende verhogingen vinden plaats op 1 januari tot een maximum van het niveau is bereikt. Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat. Voor de verhoging van het salaris van de ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar wordt bevorderd wordt de tijd, die verlopen is van de dag van zijn bevordering tot de eerste januari daaraan volgend voor een jaar gerekend. De verhoging van het salaris van de ambtenaar beneden de leeftijd van 21 jaar naar zijn leeftijd, geschiedt met ingang van 1 januari van het jaar, waarin die hogere leeftijd wordt bereikt. De salariëring naar het minimum van het bij de functie behorende niveau geschiedt met ingang van 1 januari van het jaar, waarin de 21-jarige leeftijd wordt bereikt. De verhoging van het salaris kan achterwege blijven, indien de bekwaamheid, geschiktheid en/of dienstijver, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, gebleken is onvoldoende te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel