Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement op de monumentencommissie

Na de opening van de vergadering kan door natuurlijke personen, welke zich ingevolge het tweede lid tijdig hebben aangemeld, gezamenlijk gedurende maximaal een halfuur het woord worden gevoerd over geagendeerde onderwerpen. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk vóór 12.30 uur op de dag van vergadering aan de secretaris. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel