De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een
inspectierapport.
Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen
worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de
houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te
nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De
toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een
bijlage bij het rapport.
De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan
de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter
inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke
plaats.
De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie
weken na de vaststelling daarvan openbaar.
Hoofdstuk
Artikel 18
Het inspectierapport
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk