Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven
indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de
voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende
mate naleeft.
In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan
op welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate
worden nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen
maatregelen.
Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de
opvang bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het
nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan
lijden, kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven.
Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, die
door het college kan worden verlengd.
De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.
Hoofdstuk
Artikel 19
Aanwijzing en bevel
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk