• - Het college verstrekt aan het bevoegd gezag van één of meer scholen voor basisonderwijs jaarlijks voor 1 maart voorafgaande aan het volgend schooljaar een opgave van het genormeerde onderwijs-gebruik per basisschool van een gymnastiekruimte dat voor bekostiging in aanmerking komt op grond van de “beleidsregel bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs”. Deze opgave bevat het aantal klokuren alsmede de aanduiding van de beschikbare gymnastiekruimte.
  • - Het bevoegd gezag van één of meer scholen voor basisonderwijs wordt uitgenodigd om binnen 4 weken na ontvangst te reageren op de opgave genoemd in lid 1. Deze reactie wordt beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 19 van deze verordening en bevat in ieder geval een overzicht van de gewenste inroostering in het komende schooljaar. Op de afwikkeling van deze reactie is het bepaalde in dit artikel van toepassing.
  • - Binnen 6 weken na ontvangst van de reactie van het bevoegd gezag genoemd in lid 2, stelt het college de inroostering vast van het gebruik van de gymnastiekruimte(n) door het basisonderwijs in het komend schooljaar. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.
  • - Het college neemt bij de vaststelling van de inroostering het volgende in acht:
    • - de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel B;
    • - het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;
    • - het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
  • - De inroostering vermeldt per school voor basisonderwijsde volgende gegevens:
    • - het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een gymnastiekruimte;
    • - de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
    • - een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één gymnastiekruimte plaatsvindt;
    • - voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de school. Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts op in de inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt.
  • - Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen de betreffende bevoegde gezags-organen een schriftelijke mededeling van het college over de inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Indien het college hierbij afwijkt van de ontvangen reacties van het bevoegd gezag, dan wordt dit gemotiveerd. Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32, vierde lid.