3.1 Terrassen bij een horecagelegenheid
Een terras grenst direct aan de voor of zijgevel van de bijbehorende horecagelegenheid en heeft maximaal de breedte van de gevel. Uitzonderingen zijn de zogenaamde ‘overterrassen’, de ‘terrassen voor naastgelegen panden’ en de terrasboten.
Een terras mag niet voor de voorgevel van een ander naastgelegen pand geplaatst worden, tenzij hiervoor schriftelijk toestemming is verleend door de eigenaar en/of de gebruiker van het naastgelegen pand. Deze schriftelijke toestemming is onderdeel van de vergunningaanvraag.
Het gebruik van het naastgelegen terras, genoemd onder lid 2, vervalt bij wijziging in de bedrijfsvoering en/of wisseling van eigenaar en gebruiker van het naastgelegen pand. De gebruiker van het terras meldt dit bij de gemeente.
De omvang van het terras is gemarkeerd door de gemeente overeenkomstig de tekening bij de exploitatievergunning.
Wanneer de beschikbare ruimte minder is dan 1.20m mag er vanaf de gevel van het horecabedrijf geen terras als bedoeld in artikel 1, lid b van deze beleidsregel.
Looproutes aan een weg met aan een zijde een trottoir hebben een minimale maat van 1.50m.
Looproutes op de Gedempte Turfhaven van nr. 2 tot en met nr. 66 en Breed van nr. 38 tot en met nr. 56 hebben een minimale maat van 3.00m.
3.2 Terrassen bij sportterreinen en sportvelden
Terrassen bij horecabedrijven op sportterreinen en sportvelden zijn toegestaan direct aansluitend aan de horecagelegenheid.