Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 17.

Primaat van de verhuizing

Onderdeel van WMO verstrekkingenboek

Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16 lid 1 onder a. in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare plotseling en onvoorzienbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek, inclusief een chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem, het normale gebruik van de woning belemmeren. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16 lid 1 onder b. en c. in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare plotseling en onvoorzienbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek, inclusief een chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem, het normale gebruik van de woning belemmeren en de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16 lid 1 onder d. in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief een chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem, aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen en de in artikel 16 lid onder a. genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. De voorziening als bedoeld in artikel 16 lid 2 onder a. kan eveneens worden verstrekt aan een persoon die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met beperkingen de aangepaste woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd. Het primaat van de verhuizing ligt vast in het eerste lid van artikel 17 van de verordening. Het betekent dat als vast staat dat een woonvoorziening noodzakelijk is, eerst beoordeeld moet worden of verhuizing naar een reeds geheel aangepaste woning, of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning een oplossing is die in aanmerking komt. In de Wvg-jurisprudentie is het hanteren van het primaat van de verhuizing op zichzelf geaccepteerd door de Centrale Raad van Beroep. In feite gaat het bij het hanteren van het primaat van de verhuizing om een uitwerking van het principe dat wordt gekozen voor de goedkoopst adequate oplossing. Een aantal aspecten uit de jurisprudentie zijn hieronder in het wegingsmodel uitgewerkt. 4.2.1 Wegingsmodel In deze regels stellen wij grenzen aan het hanteren van het primaat van de verhuizing. Het primaat van het verhuizen wordt niet toegepast als de aanpassingskosten van de huidige woning een bedrag van € 9.100,00 niet te boven gaat. In de laatstgenoemde situatie is nader onderzoek niet noodzakelijk. Heeft de persoon met beperkingen toch de voorkeur voor een verhuizing boven een woonvoorziening in of aan de huidige woning, dan kan de financiële tegemoetkoming in kosten van verhuizen worden toegekend, mits dit de goedkoopst adequate oplossing is. Indien de noodzakelijke aanpassingen meer bedragen dan € 9.100,00 dan wordt het primaat van verhuizen wel toegepast. Dit impliceert dat dan in ieder geval nader onderzoek aan de hand van het wegingsmodel moet worden gedaan en dat moet worden beoordeeld of een verhuizing redelijkerwijs verlangd kan en mag worden. De achterliggende gedachte bij dit uitgangspunt is dat zo efficiënt mogelijk met de beschik-bare middelen en de woningvoorraad wordt omgegaan. Dit betekent dat een aanvrager verplicht kan worden om een andere (adequate) woning te betrekken. Het aangeven van de aanvrager dat hij of zij niet wil verhuizen, is voor de vertaalslag naar een adequate voorziening niet voldoende. Het primaat houdt echter niet in dat de gemeente in alle gevallen ook daadwerkelijk besluit dat de persoon met beperkingen naar een andere woonruimte moet verhuizen. Zo zal een verhuizing naar een andere kern binnen Hof van Twente niet worden afgedwongen. Onderstaande opsomming dient als checklist ten behoeve van het onderzoek. * Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimte en de termijn waarop een geschikte woning vrij kan komen; * Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woning in relatie tot de prognose van de aandoening; * Volkshuisvestelijke afwegingen; * Termijn waarop het woonprobleem opgelost kan worden; * Sociale omstandigheden; * Integrale afweging verstrekking Wmo-voorzieningen; * Eigen woning; * Noodzaak tot verhuizen door inkomensachteruitgang; * Woonlastenstijging en draagkracht. Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimte Verhuizing naar een voor de persoon met beperkingen geschikte betaalbare woonruimte moet binnen een medisch aanvaardbare termijn te realiseren zijn. Hieronder wordt verstaan de in het medische advies genoemde termijn. Na afloop van deze termijn is het medisch niet meer verantwoord dat betrokkene in de huidige niet aangepaste woning blijft wonen, en zal de woning alsnog moeten worden aangepast. De maximale termijn is één jaar, gerekend vanaf de datum van de beslissing. Dit impliceert tevens dat de beschikking betreffende de tegemoetkoming in de verhuiskosten een geldigheidsduur heeft van één jaar. Bij de afweging speelt ook het financiële aspect een rol, het alternatief moet immers betaalbaar zijn voor de cliënt. Een woning wordt als niet betaalbaar beschouwd als de huur boven de individuele huurtoeslaggrens ligt én de cliënt, gelet op de hoogte van zijn inkomen, wel voor huurtoeslag in aanmerking zou kunnen komen . Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woning Bij deze vergelijking dient tevens de prognose van de aandoening te worden betrokken. De woning moet langdurig geschikt te maken zijn, zodat niet binnen enkele jaren opnieuw een voor de persoon met beperkingen belastende verbouwing moet worden uitgevoerd. Bij de vergelijking worden de volgende kosten meegewogen: De kosten van de financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten; De eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning, De kosten van het eventueel vrijmaken van de nieuwe woning; Een eventuele financiële tegemoetkoming voor huurderving. (indien nieuwe woning leegstaat). Volkshuisvestelijke afwegingen Aanpassingen aan sociale huurwoningen zijn vaker opnieuw in te zetten dan aanpassingenaan koopwoningen, omdat deze huurwoningen opnieuw kunnen worden verhuurd aan personen met een beperking, waardoor de gebruiksduur van de aanpassing wordt verlengd. Dit speelt in de afweging dan ook een rol van belang. Termijn waarop het woonprobleem opgelost kan worden Verhuizen kan een snellere oplossing zijn dan aanpassen, daarbij speelt de medisch verantwoorde termijn een rol. Hoe hoger de urgentie, hoe zwaarder dit aspect mag meewegen. Bijvoorbeeld wanneer het ontslag uit het ziekenhuis of de verpleeginrichting afhankelijk is van de woningaanpassing. Sociale omstandigheden De plek van de nieuwe woning is eveneens bepalend. Er wordt uitgegaan dat de woning “nabij” de huidige woning gelegen moet zijn. Vooral als er kinderen en/of mantelzorgers zijn betekent dit in dezelfde wijk of buurt. Voorkomen moet worden dat verhuizing leidt tot onherstelbare aantasting van het sociale netwerk van betrokkene. Bekeken moet worden of dit leidt tot het wegvallen van: Mantelzorg die nodig is voor het overwinnen van ergonomische belemmeringen bij het normale gebruik van de woning; Mantelzorg die in belangrijke mate ondersteunt in ADL en daarmee een besparing oplevert ten opzichte van professionele zorg (thuiszorg); Buurtgebonden vrijwilligerswerk . Integrale afweging verschillende Wmo-voorzieningen Afstemming met overige Wmo-voorzieningen is van belang voor het maken van een keuze. Afstemming met vervoersvoorzieningen kan een belangrijke rol spelen. Criteria zijn de afstand tot openbare vervoerhaltes en de aanwezigheid van voorzieningen zoals winkelcentra. Als een woning dichtbij bovengenoemde voorzieningen ligt, kan het adequater zijn om de huidige woning aan te passen dan de betrokkene te laten verhuizen. Eigen woning Verhuizing kan meer consequenties hebben wanneer de persoon met beperkingen eigenaar is van de woning. Er zal worden nagegaan of de betrokkene vermogensverlies lijdt bij gedwongen verkoop en er een schuldrestant ontstaat. Van ernstig vermogensverlies is sprake als 5% of meer op de verwervingsprijs moet worden toegelegd. Bij een aangepaste woning is minder kans op hergebruik. Noodzaak tot verhuizen door inkomensachteruitgang Iemand kan door zijn handicap aangewezen raken op een (arbeidsongeschiktheid) uitkering, wanneer werken niet meer mogelijk is. Het hierdoor ontstane inkomensverlies kan ertoe leiden dat een cliënt de woonlasten van zijn huidige woning niet meer kan dragen waardoor verhuizen automatisch een adequatere oplossing is dan aanpassing van de huidige woning. Woonlastenstijging en draagkracht Indien bij verhuizing de woonlastenstijging de draagkracht van cliënt te boven gaat, dient hiermee rekening te worden gehouden, tenzij de lastenstijging uitsluitend het gevolg is van een door aanvrager gewenste verbetering van het wooncomfort. Onderzocht moet worden in hoeverre de hogere woonlasten kunnen worden gedekt op grond van de Wet op de Huurtoeslag. Is dit niet het geval dan kan verhuizen geen optie zijn, vanwege de te hoge woonlasten Na het afwegen van deze factoren kan een beslissing worden genomen over het al dan niet hanteren van het primaat van de verhuizing. Als op verantwoorde wijze inhoud gegeven is aan toepassing van het primaat van de verhuizing, is daarmee een adequate oplossing geboden en heeft de gemeente aan haar compensatieverplichting voldaan. 4.2.2. Tegemoetkoming in kosten van verhuizing Valt de afweging uit in het voordeel van verhuizing, dan gaat de financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing een rol spelen. Dit is in drie situaties mogelijk aan de orde: De aanvrager gaat vanwege problemen met het normale gebruik van de woning verhuizen naar een adequate woning; De aanvrager vraagt een woonvoorziening aan in de vorm van een woning-aanpassing, maar na onderzoek blijkt verhuizing de goedkoopst adequate oplossing te zijn voor het woonprobleem. Ook mogelijk is dat de betreffende woning niet kan worden aangepast; Voor het vrijmaken van een aangepaste woning door een persoon die in een aangepaste woning woont. Een financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing is bedoeld als goedkoopst-adequaat alternatief voor een dure woningaanpassing in gevallen waarin die verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, gelet op leeftijd, gezins- of woonsituatie. Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandig te gaan wonen zijn in beginsel algemeen gebruikelijk, evenals voorspelbare verhuizingen van senioren. Voor verhuizingen naar of vanuit AWBZ-instellingen of andere zorginstellingen wordt geen tegemoetkoming verstrekt, evenmin voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning, zoals in artikel 19 van de Verordening is bepaald. Een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing kan dus verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, die door middel van een verhuizing op de goedkoopst-adequate kunnen worden opgelost. Deze eis wordt niet gesteld als het gaat om een verhuizing naar een ADL-woning en evenmin in situaties waarin het gaat om een persoon buiten de Wmo-doelgroep een aangepaste woning te laten vrijmaken. Alleen als het vrijmaken van de woning op verzoek van het college gebeurt, is er aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten. 4.2.3. Uitgangspunten tegemoetkoming in verhuiskosten Deze tegemoetkoming kan dus verstrekt worden indien wordt verhuisd vanuit een inadequate naar een adequate woonruimte of naar een met minder kosten aan te passen woonruimte. Uitgangspunten hierbij zijn dat; verhuizen goedkoper is dan het aanpassen van de huidige woning, en de verhuizing uitsluitend plaatsvindt ten gevolge van het ondervinden van belemmeringen in het normale gebruik van de huidige woning, en; dat de aanleiding tot de verhuizing een aantoonbare plotseling onvoorzienbare beperking is, en het geen verhuizing betreft naar een meer op de levensfase afgestemde woning, die toevallig samenvalt met een plotseling optredende fysieke beperking. Dit kan aan de orde zijn als men op oudere leeftijd nog steeds dezelfde woning bewoont en waar men in het verleden met het hele gezin heeft gewoond. In dergelijke situaties bestaat vaak de wens om een meer op deze levensfase afgestemde woning te betrekken vanwege het onderhoud van de woning en de tuin. De situatie van de persoon met beperkingen verschilt dan niet met die van een andere personen zonder beperkingen in dezelfde levensfase. Een dergelijk voornemen tot verhuizen kan blijken uit de inschrijvingsduur als woningzoekende bij de woningstichtingen. Ook kan medische geschiedenis van de persoon met beperkingen een indicatie geven over de noodzaak van de verhuizing. Een dergelijke verhuizing wordt als een algemeen gebruikelijke verhuizing aangemerkt en valt daarom niet onder de compensatieplicht van de Wmo en niet wordt verhuisd naar een AWBZ-instelling, een woonzorgcomplex of de daarbij behorende aanleun- c.q. zorgwoningen, en; niet wordt verhuisd vanuit een AWBZ-instelling en men niet voor het eerst zelfstandig gaat wonen. In de situatie dat men voor het eerst zelfstandig gaat wonen, zijn deze kosten namelijk algemeen gebruikelijk, en; de aanvraag tijdig is ingediend (dus voordat een huur- dan wel aankoopverplichting is aangegaan) zodat de oude woning op adequaatheid kan worden getoetst en een afweging kan worden gemaakt betreffende de uitgangspunten ‘goedkoopst adequaat’ en het primaat van verhuizen, en; De persoon met beperkingen is verhuisd naar een woning die bedoeld en geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden. De financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing kan ook worden verstrekt indien een (achterblijvende) medebewoner een aangepaste woning vrijmaakt nadat bewoning door de persoon met beperkingen door overlijden of verhuizing/AWBZ opname is beëindigd. Voorwaarde is dat de woning op verzoek van de gemeente wordt vrijgemaakt om een andere persoon met beperkingen te huisvesten. De financiële tegemoetkoming is een forfaitair bedrag dat is opgenomen in het Wmo-besluit. Dit bedrag wordt onafhankelijk van de werkelijke kosten en onafhankelijk van het inkomen verstrekt. NB: Indien verhuizing wordt geadviseerd kunnen (al dan niet tijdelijk) eenvoudige aanpassingen worden geadviseerd voor de oude woonruimte om de periode tot de verhuizing te overbruggen. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan losse woonvoorzieningen. Als deze niet adequaat zijn dan kunnen vaste aanpassingen worden geadviseerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel