Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolrechten 2009

1.. Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid wordt geheven naar het aantal kubieke metersafvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd 2. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat inde laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar heteigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan eenperiode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelangbepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijnvoorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit inbedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepomptwater geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordtverminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel