De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de WIJ en artikel
25, lid 1, van de WWB bedraagt respectievelijk:
20% van de WIJ-gehuwdennorm of van de WWB-gehuwdennorm voor de
alleenstaande ouder voor iemand in wiens woning geen ander zijn
hoofdverblijf heeft;
10% van de WIJ-gehuwdennorm of van de WWB-gehuwdennorm voor de
alleenstaande ouder die met één of meerdere anderen zijn
hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 6.
Toeslag op de norm van alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar
Onderdeel van Toeslagenverordening