De gedragingen met betrekking tot de plicht tot arbeidsinschakeling zijn ingedeeld in 3 categorieën. Bij de indeling in categorieën is er van uitgegaan dat de ernst van het feit toeneemt naarmate de gedraging concrete gevolgen heeft voor het niet verkrijgen of behouden van arbeid.
De eerste categorie in lid 1 betreft de verplichting tot een actieve opstelling op de arbeidsmarkt in ruime zin. Het gaat hierbij om activiteiten van de belanghebbende zelf, deze moeten gericht zijn op een zo snel mogelijke inschakeling in het arbeidsproces, zoals voldoende sollicitaties op eigen initiatief naar algemeen geaccepteerde arbeid. De afstemming bedraagt 10% gedurende 2 maanden.
In de tweede categorie in lid 2 gaat het om gedragingen die direct aanleiding vormen tot een beroep op een uitkering of het zonder noodzaak langer voortduren daarvan. Het gaat hierbij om niet verantwoorde beperkingen of eisen, die de belanghebbende stelt ten aanzien van algemeen geaccepteerde arbeid. Het gaat ook om gedragingen die de kansen op arbeidsinschakeling verminderen. Negatieve gedragingen kunnen onder meer tot uitdrukking komen in de wijze waarop de belanghebbende zich opstelt bij een sollicitatie.
Ook is het niet of onvoldoende meewerken aan de uitvoering van het concrete plan gericht op een vergroting van de arbeidsmarktkansen van de belanghebbende in deze categorie opgenomen. Daaronder valt ook het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.
Een tweetal gedragingen geldt specifiek voor jongeren:
Lid 2 onderdeel d: Inspanningen jongeren in eerste vier weken na de melding
De plicht tot arbeidsinschakeling geldt vanaf datum melding (zie artikel 9 lid 1 WWB). Specifiek voor personen jonger dan 27 jaar geldt dat zij worden beoordeeld op hun inspanningen in de eerste vier weken na de melding (artikel 43 lid 4 en 5 WWB). Is geen enkele inspanning verricht, dan bestaat op grond van artikel 13 lid 2 onderdeel d WWB geen recht op bijstand. Zijn er wel inspanningen verricht, maar naar het oordeel van het college onvoldoende, dan kan het college de uitkering verlagen.
Lid 2 onderdeel e: Plan van aanpak
Van jongeren wordt verwacht dat zij zelf de verantwoordelijkheid nemen in hun re-integratie en de gemeente daarin ondersteuning biedt. Deze ondersteuning wordt samen met de jongere bepaalt en vastgelegd in een plan van aanpak. Het plan van aanpak maakt onderdeel uit van de beschikking.
De afstemming bedraagt 20% bij het eerste verzuim, daarna volgt een verdubbeling van de verlaging. Uiteindelijk kan een 100% afstemming op de uitkering het gevolg zijn. Wanneer de 100% is bereikt en de belanghebbende volhardt in zijn gedragingen, wordt vervolgens de duur van de voorgaande afstemming verdubbeld.
Uiteraard wordt bij een voortdurende verlaging wel het proportionaliteitsbeginsel nageleefd. Daaruit volgt dat van een voortdurende verlaging slechts sprake kan zijn, indien aan de cliënt ook mogelijkheden worden geboden waarmee het verzuim kan worden opgeheven.
De derde categorie in lid 3 duidt op een situatie waarin geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om algemeen geaccepteerde arbeid, al dan niet in deeltijd, te aanvaarden om de uitkeringsafhankelijkheid geheel of gedeeltelijk te beëindigen. Tot deze categorie wordt tevens de verwijtbare situatie gerekend waarin voorafgaand aan de bijstandsaanvraag dan wel tijdens de bijstand – als het gaat om deeltijdwerk – betaalde arbeid niet wordt behouden.
Gezien het uitgangspunt van werk boven inkomen, dienen deze gedragingen een prominente plaats te krijgen. Er is daarom voor gekozen bij deze gedragingen aan te sluiten bij het oude maatregelenbesluit en te sanctioneren met 100% gedurende 1 maand. In individuele gevallen, waarbij bijvoorbeeld sprake is van een ontslag met verzachtende omstandigheden kan nog worden overwogen om de verlaging toe te passen op de hoogte van de afstemming.
Artikel 15
Het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB