Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 4.

Verlaging gehuwden

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

1.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één ander hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben; 2.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met twee of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 3.. Voor de toepassing van dit artikel wordt één gezin gelijkgesteld aan één ander. 4.. De verlaging bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt: 20 procent van de gehuwdennorm indien woonruimte wordt bewoond waaraan voor de jongere(n) geen woonkosten verbonden zijn; 20 procent van de gehuwdennorm indien geen eigen woonruimte bewoond wordt. 5.. De gehuwden, die inwonen bij de ouder(s) van een van hen, worden geacht bij te dragen in de woonlasten. Hun norm wordt verlaagd met 10 procent van de gehuwdennorm.

Rechtspraak bij dit artikel