Subsidieverlening kan, naast op de in artikel 4:35 van de wet genoemde gronden, geweigerd worden als er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:
De activiteiten van de aanvrager niet passen binnen de beleidsregels genoemd in artikel 4;
De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zuilen worden aan het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
De aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang en / of de openbare orde.
Door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.
Voorts kan subsidieverlening worden geweigerd in de gevallen genoemd in artikel 5 lid i, 2 of 3.
Vaststelling subsidieplafonds