De raad stelt bij het vaststellen van de begroting de subsidieplafonds vast conform afdeling 4.2.2. van de wet.
De raad kan de in lid 1 genoemde subsidieplafonds wijzigen indien voor de desbetreffende begrotingspost of het voor het desbetreffende beleidsterrein of deelterrein beschikbare budget tussentijds wordt aangepast.
Het college maakt jaarlijks, in het kader van de voorbereiding van de begrotingsbehandelingen, zo mogelijk voor 1april voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvragen betrekking hebben, het op de subsidieverstrekking te hanteren indexpercentage bekend. Een en ander onder begrotingsvoorbehoud en voorbehoud betreffende de vaststelling van de subsidieplafonds door de raad.
De, onder begrotingsvoorbehoud, maximaal te verstrekken subsidies gaan uit van:
De beleidsregels die krachtens artikel 4 zijn vastgesteld.
De doelstellingen zoals opgenomen in de activiteitenplannen van de instellingen die betrekking hebben op de lopende subsidieperiode.
De in de meerjarenbegroting opgenomen financiële middelen per beleidsterrein.
De instellingen dienen de inhoud van hun activiteitenplan, genoemd in artikel 15 lid ionder d, en het daaruit voortvloeiende subsidiebedrag af te stemmen op het gestelde in lid 3.
Vaststelling Subsidieprogramma.