De reiskosten in verband met scholing en opleiding van ten laste komende kinderen behoren tot de directe schoolkosten waarvoor de WTOS in beginsel een passende en toereikende voorliggende voorziening is.
Naar de mening van de rechter is de WTOS weliswaar een voorliggende voorziening, maar is geen sprake van een passende en toereikende voorziening, omdat de wetgever destijds (mede vanuit budgettaire overwegingen) heeft gekozen voor een forfaitaire benadering in plaats van een benadering die maatwerk levert.
Zeer bijzondere individuele omstandigheden van de kinderen kunnen reden zijn dat zij toch een school bezoeken die verder van huis ligt. Individuele bijzondere omstandigheden dienen onderzocht en aange-toond worden alvorens gesteld kan worden dat er sprake is van hoge(re) kosten door bijzondere omstandigheden. In deze hoge(re) kosten is dan verlening van bijzondere bijstand mogelijk voor de duur dat het voor het kind noodzakelijk is dat deze een school ver van huis bezoekt. Hoge(re) kosten worden geacht aanwezig te zijn als de school meer dan 15 kilometer van huis is.
Dat komt ongeveer overeen met 5 Openbaar vervoerzones. Kosten binnen deze straal van 15 kilometer / 5 OV zones dienen uit eigen middelen bestreden te worden. De meerkosten komen dan voor bijzondere bijstand in aanmerking. Beleidsregel: Reiskosten i.v.m. scholing (voortgezet onderwijs) 1. WTOS aanmerken als passende en toereikende voorliggende voorziening.
2. Afwijken alleen bij zeer bijzondere individuele omstandigheden van het kind. Kosten binnen een straal van 15 kilometer / 5 OV zones dienen altijd uit eigen middelen bestreden te worden.
Hoofdstuk 12
Artikel 12.6
Reiskosten kinderen in verband met scholing
Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe