In de WWB en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning mede verstaan een woonwagen of een woonschip.
Het te gelde maken van vermogen in de vorm van een eigen woning is een ingewikkelde en kostbare procedure. Ook het berekenen van de hoogte van een dergelijk vermogen indien dat niet te gelde wordt gemaakt is bewerkelijk en ingewikkeld. Hierbij krijgen zowel aanvragers als uitvoerende dan te maken met een ingewikkelde uitvoeringsmaterie. Bij vaststelling van het recht en de vorm van algemene bijstand of de inkomensvoorziening WIJ (artikel 42a WIJ) en eigen woningbezit van de aanvrager dient berekend te worden of het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, minder bedraagt dan € 46.200 (peil juli 2010), artikel 34 lid 2 sub d WWB. De meerwaarde wordt aangemerkt als relevant vermogen. Uit de toelichting op artikel 34 lid WWB blijkt dat het door de wetgever ongewenst of onbillijk wordt gevonden om een aantal vermogensbestanddelen in aanmerking te nemen. De vrijlating van een vast deel van het vermogen in de eigen woning is ingevoerd omwille van vereenvoudiging, zo blijkt uit de toelichting.
Als de aanvrager niet zelf in de eigen woning woont en of als het gaat om een vakantiehuis of andere onroerende zaken is het vraagstuk ten aanzien van de vermogensvrijlating van andere orde. In die situatie kan verlangd worden dat belanghebbende die woning te gelde maakt i.c. extra belast. In dergelijke situaties dient het vermogen bij de draagkrachtberekening volledig in aanmerking genomen te worden.
Het gaat hierbij alleen om niet beschikbare middelen in de vorm van de eigen woning. Beschikt belang-hebbende naast de eigen woning over in aanmerking te nemen tegoeden op bank- en of girorekeningen, dan worden die tegoeden, met uitzondering van het bedrag ter hoogte van 1 maal de van toepassing zijnde maandnorm, volledig in aanmerking genomen.
Beleidsregel: Vermogen in eigen huis en verlening bijzondere bijstand
1. Bij bezit van een door belanghebbende zelf bewoonde woning en het ontbreken van in aanmerking te nemen tegoeden op bank- of girorekening(en) het vermogen in de vorm van de eigen woning niet in aanmerking nemen bij de draagkrachtberekening indien en zover de te verstrekken bijzondere bijstand over de periode gelijk aan het draagkrachtjaar naar verwachting niet meer bedraagt dan het bedrag gelijk aan de van toepassing zijnde norm volgens artikel 21 onder a, b of c WWB en artikel 26 t/m 29 WIJ.
2. Bij kosten tot een hoger bedrag dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm het vermogen in de vorm een eigen woning volledig in aanmerking nemen bij de draagkrachtbepaling.
3. Bij verlening van bijzondere bijstand in de kosten van duurzame gebruiksgoederen is artikel 51 WWB (bijstand in de vorm van een geldlening) onverminderd van toepassing. Daarvoor gelden afzonderlijke beleidsregels.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4.3
Vermogen in de vorm van een eigen huis
Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe