Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.1

Suppletie lening woninginrichting of duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe

Een lening bij de Kredietbank Utrecht wordt aangemerkt als een voorliggende voorziening als het gaat om aanschafkosten van duurzame gebruiksgoederen en complete woninginrichting. Ten einde te zorgen dat de lening als voorliggende voorziening ook passend en toereikend is kan het in situaties voorkomen dat verlening van aanvullende bijstand op de eigen aflossingscapaciteit noodzakelijk is. Bij het aangaan van een lening kan het, vooral bij complete woninginrichting (nieuwkomers), voorkomen dat de aflossingscapaciteit van belanghebbende(n) niet voldoende is om aan de aflossingsverplichting en verplichting tot betaling van rente te voldoen. Bijzondere bijstand als suppletie (aanvulling) op de aflossingcapaciteit van belanghebbende kan dan ver-leend worden om het voor de belanghebbende(n) mogelijk te maken de lening aan te gaan en de kosten van rente en aflossing van de benodigde geldlening te kunnen voldoen. Een lening bij de Kredietbank moet in maximaal 36 maandelijkse termijnen terugbetaald worden. Om in aanmerking te kunnen komen voor bijzondere bijstand mogen de noodzakelijke kosten waarvoor de lening gevraagd wordt niet hoger zijn dan wat in 7.1.4 is aangegeven. De kosten van de netto lening verhoogd met kosten en rente (bruto lening) zijn aan te merken als kosten die in aanmerking komen voor verlening van aanvullende bijzondere bijstand. Belanghebbenden worden altijd geacht een eigen aflossingscapaciteit te hebben, waarbij voor de eenduidigheid uitgegaan wordt van de aflossingscapaciteit bij terugbetaling van leenbijstand; dus 5%. In de kosten van de maandelijkse rente én aflossing van de lening die de eigen aflossingscapaciteit van 5% van de relevante bijstandsnorm te boven gaat is verlening van bijzondere bijstand mogelijk. Beleidsregel: Suppletie. 1. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het verschil tussen maandelijkse termijnbetalingen (aflossing plus rente) en de in de bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag) begrepen aflossingscapaciteit van 5%. 2. In afwijking van de hoofdregel bedraagt het draagkrachtpercentage voor deze kosten 100%. De draagkracht wordt vastgesteld over de maand waarop de suppletie betrekking heeft.

Rechtspraak bij dit artikel