Bij de draagkrachtbepalingen is gesteld dat de eenmaal vastgestelde draagkracht in de periode van 12 maanden niet gewijzigd wordt bij tussentijdse wijzigingen in omstandigheden.
Ook bij deze bijzondere bijstandssoort is een dergelijke gedachte passend; eenmaal vaststellen voor een periode van 36 maanden en direct uitbetalen. Het draagt bij aan de besparing van uitvoeringskosten en biedt zekerheid voor de cliënt. De Kredietbank is dan verantwoordelijk voor bewaking van de aflossing van de lening die belanghebbende met zijn aflossingscapaciteit kan realiseren.
Van belanghebbenden met een inkomen uit arbeid boven bijstandsniveau mag verwacht worden dat deze de volledige draagkracht voor de aflossing aanwenden. Dat is dan de aflossingscapaciteit. Vanwege verwervingskosten wegens arbeid kan de aflossingscapaciteit dan alleen bestaan uit de draagkracht. Deze dient wel minimaal gelijk te zijn aan 5% van de bijstandsnorm. Verhoging van de draagkracht met aflossingscapaciteit begrepen in de bijstandnorm blijft dan achterwege. Dit zal sporadisch voorkomen.
Beleidsregel: Suppletie kosten lening Kredietbank
1. In de situaties waarin belanghebbende de (totaal) benodigde geldlening voor incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan niet tot stand kan brengen bij een (normale) kredietverlenende instantie omdat de door de kredietverlenende instantie berekende aflossingcapaciteit van belanghebbende ontoereikend is, bijstand om niet verlenen voor dat deel van de noodzakelijk kosten dat de eigen aflossingscapaciteit te boven gaat.
2. De eigen aflossingscapaciteit wordt gesteld op 5% van de relevante bijstandsnorm incl. vakantietoeslag
3. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het verschil tussen de maandelijkse termijnverplichting (aflossing plus rente) en de eigen aflossingscapaciteit.
4. Bij een inkomen uit arbeid boven bijstandsniveau de volledige draagkracht aanmerken als aflossingscapaciteit. Dat in afwijking van de hoofdregel t.a.v. draagkracht. Deze aflossingscapaciteit dient gelijk te zijn aan minimaal 5% van de relevante bijstandsnorm.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.2
Betalingsfrequentie suppletie
Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe