Personen van 18 t/m 20 jaar die niet in een inrichting verblijven, kunnen recht hebben op een jongeren-norm als bedoeld in artikel 20 WWB; artikel 26 t/m 30 WIJ. Deze jongerennormen zijn afgeleid van de niveaus van de kinderbijslag. De jongerennormen kunnen niet worden verhoogd met een toeslag, maar in beginsel wel worden verlaagd met een verlaging op grond van de toeslagenverordening als bedoeld in artikel 30 WWB; artikel 35 WIJ.
Personen van 18 t/m 20 jaar voor wie de lage jongerennorm onvoldoende is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien, zullen een beroep moeten doen op hun ouders. Tot dat het kind de leeftijd van 21 jaar bereikt heeft zijn ouders verplicht te voorzien in de kosten van levensonder-houd en studie (artikel 1:395a BW). Gezien het karakter van de bijstand als sluitstukvoorziening is het gerechtvaardigd om de bijstandsverlening daarop af te stemmen.
Er kan echter niet zonder meer van worden uitgegaan dat de jongeren altijd voor hun bestaanskosten volledig een beroep op de ouders kunnen doen. Voor zover dit beroep niet mogelijk is, wordt voorzien in een recht op bijzondere bijstand (artikel 12 WWB).
Onder bepaalde voorwaarden kan op grond van artikel 12 WWB bijzondere bijstand worden verleend voor:
a) De kosten van levensonderhoud voor zover de lage jongerennorm daarin niet voorziet (= ter aanvul-ling van en met hetzelfde doel als de algemene bijstand);
b) bijzondere kosten (= de normale bijzondere bijstand). Artikel 12 WWB is van toepassing op:
• alleenstaanden van 18 t/m 20 jaar;
• alleenstaande ouders van 18 t/m 20 jaar;
• gehuwden waarvan één of beide partners 18 t/m 20 jaar zijn. LET OP: de vakantietoeslag wordt alleen berekend over de norm voor de algemene bijstand en niet over de aanvulling via de bijzondere bijstand.
De voorwaarden voor verlening van bijzondere bijstand aan personen van 18 t/m 20 jaar zijn opgenomen in artikel 12 WWB. Verlening van bijzondere bijstand is mogelijk wanneer de noodzakelijke kosten van het bestaan van de jongere uitgaan boven de bijstandsnorm (= van toepassing zijnde norm + toeslag - verlaging; zie artikel 5 onderdeel c WWB) en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
a. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn;
b. de ouders van belanghebbende bevinden zich in het (verre) buitenland en zijn daar onbereikbaar;
c. de ouders van belanghebbende zijn overleden;
d. de relatie tussen belanghebbende en zijn ouders is ernstig verstoord (om misbruik te voorkomen mag deze conclusie echter niet al te snel en lichtvaardig getrokken worden).
Bovenstaande lijst met voorbeelden is niet limitatief. Er zijn dus ook nog andere situaties denkbaar waarin toepassing van artikel 12 WWB aan de orde kan zijn. Het is niet mogelijk om in dit verband in de vorm van beleid een limitatieve opsomming te geven.
Voordat verlening van bijzondere bijstand aan jongeren plaatsvindt, zal dus altijd getoetst moeten worden aan de bepalingen van artikel 12 WWB. Daarbij moet vooral niet de eis uit het oog verloren worden dat de noodzakelijke kosten van het bestaan moeten uitgaan boven de bijstandsnorm.
De vraag of er sprake is van een noodzaak tot zelfstandige huisvesting vergt volgens de CRvB altijd een individuele beoordeling. Het is dus niet mogelijk om hiervoor beleidsregels vast te stellen.
Hierna volgt een aantal voorbeelden waarin zelfstandige huisvesting voor jongeren van 18 t/m 20 jaar noodzakelijk kan zijn (een individuele beoordeling blijft echter nodig):
• de ouders van belanghebbende zijn overleden of wonen in het buitenland;
• belanghebbende is in het kader van de Wet op de Jeugdzorg buiten het gezinsverband van de ou-der(s) geplaatst;
• belanghebbende is niet officieel uit huis geplaatst, maar het is niet verantwoord om hem nog langer bij zijn ouders te laten wonen;
• belanghebbende woont op de datum van de bijstandsaanvraag al geruime tijd niet meer op het adres van de ouder(s), denk aan een periode van 12 maanden of langer;
• belanghebbende heeft de zorg voor één of meer kinderen;
• er is sprake van een zodanig verstoorde relatie tussen belanghebbende en zijn ouders, dat van hem niet gevergd kan worden dat hij zijn intrek bij zijn ouders zou nemen.
Bovenstaande lijst is niet limitatief. Dit betekent dat een noodzaak tot zelfstandige huisvesting ook kan worden aangenomen in situaties die hier niet zijn genoemd.
Indien de gemeente aan jongeren van 18 t/m 20 jaar bijzondere bijstand verstrekt, gelden er speciale regels inzake de korting van alimentatie (artikel 31 lid 2 onderdeel n WWB, welke voor de WIJ niet van toepassing is verklaard (artikel 7, lid 1 WIJ)).
Wanneer met toepassing van artikel 12 WWB bijzondere bijstand wordt verleend aan een persoon van 18 t/m 20 jaar dan kan de gemeente deze bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht van artikel 395 onderdeel a van Boek 1 BW verhalen op de onderhoudsplichtige ouders (Paragraaf 6.5. WWB).
Dit zal vooral een rol spelen in situaties waarin beroep op de ouders niet mogelijk is vanwege een ernstig verstoorde relatie.
Beleidsregel: Zelfstandig wonende jongeren van 18 t/m 20 jaar. Thuiswonenden
De algemene bijstandsnorm voor personen van 18 t/m 20 jaar (artikel 20 WWB; artikel 26 t/m 30 WIJ) en de wettelijke onderhoudsplicht van de ouders wordt toereikend geacht om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan van een thuiswonende alleenstaande te voorzien. Aan thuiswonenden personen van 18 t/m 20 jaar wordt in beginsel dan ook geen aanvulling via de bijzondere bijstand verstrekt.
Uitwonenden
Wordt aan een uitwonende alleenstaande aanvullend op een lage norm van artikel 20 WWB; artikel 26 t/m 30 WIJ bijzondere bijstand verstrekt voor levensonderhoud dan wordt de hoogte hiervan in beginsel zodanig vastgesteld, dat de hoogte van de totale bijstandsuitkering (norm algemene bijstand op grond van artikel 20 WWB; artikel 26 t/m 30 WIJ + bijzondere bijstand op grond van artikel 12 WWB) gelijk is aan de bijstandsuitkering (norm + toeslag - verlaging) die in een vergelijkbare situatie zou gelden voor personen van 21 jaar.
Verhaal.
De gemeente hanteert als beleid, nadat is overgegaan tot verlening van aanvullende bijzondere bijstand aan een belanghebbende van 18, 19 of 20 jaar, dat geen verhaal van deze bijstand op diens onderhoudsplichtige ouders wordt gezocht.
Hoofdstuk 9
Artikel 9.2.1
Zelfstandig wonend
Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe