**1..** De subsidie bedoeld in artikel 2.1.2 wordt niet verleend indien:
met de instandhouding het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de kosten niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat;
met de werkzaamheden is begonnen voordat plangoedkeuring is verkregen en de subsidiabele instandhoudingskosten door burgemeester en wethouders zijn vastgesteld;
de subsidiabele instandhoudingskosten minder bedragen dan € 300,-;
binnen een periode van 15 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor exact hetzelfde werk subsidie is verstrekt, met uitzondering van buitenschilderwerk waar een termijn van 5 jaar geldt.
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde onder sub c en e.
**2..** De subsidie bedoeld in artikel 2.1.2 wordt niet verleend voor zover in de subsidiabele instandhoudingskosten subsidie is of kan worden verleend op grond van andere regelingen, met uitzondering van subsidie die op grond van een provinciale regeling is verstrekt.
**3..** Bij berekening van de subsidie bedoeld in artikel 2.1.2 worden op de subsidiabele instandhoudingskosten de kosten in mindering gebracht die op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.4
Artikel 2.1.4
Onderdeel van Subsidieregeling instandhouding Erfgoed Zaanstad 2012