Behoudens het bepaalde in artikel 15 is de aangifteplichtige ten aanzien
van destructiemateriaal A gehouden:
1. tot vervoer van het destructiemateriaal naar een door de
directeur goedgekeurde, voor een vervoermiddel van deondernemer
redelijkerwijs bereikbare plaats; omtrent het tijdstip van het
vervoer naar en de bewaring van het destructiemateriaal op die
plaats kan de directeur aanwijzingen geven;
of
2.tot vervoer van het destructiemateriaal zo spoedig mogelijk in
de daguren naar de daartoe bestemde lokaliteit van het Openbaar
Slachthui s te Utrecht en afgifte aldaar ter onthuiding;
of
3.tot afgifte van het destructiemateriaal zo spoedig mogelijk na
de aangifte aan een door Burgemeester en Wethouders aangewezen
lokale of regionale ophaaldienst voor vervoer naar een centrale
verzamelplaats of de daartoe bestemde lokaliteiten van het Openbaar
Slachthuis te Utrecht ter onthuiding;
dan wel
tot het ter beschikking houden van het destructiemateriaal,
afkomstig van gestorven dieren, geleden hebbende aan of verdacht
van een ziekte, waarop titel III der Veewet van toepassing is,
alsmede tot het afgeven daarvan voor vervoer door of vanwege de
ondernemer ter plaatse, waar dit destructiemateriaal zich bevindt,
met inachtneming van de omtrent de bewaring van dat
destructiemateriaal door de directeur gegeven aanwijzingen.
Burgemeester en Wethouders geven met betrekking tot het afsluiten,
het schoonhouden en het verdere beheer van verzamelplaatsen,
alsmede het gemeentelijke toezicht daarop, nadere
voorschriften.