De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B en C te bewaren,
ter beschikking te stellen en af te geven voor vervoer naar de destructor
met inachtneming van de ter zake door de directeur gegeven
aanwijzingen.
Destructiemateriaal, genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, c, d of f
der wet, alsmede dat, genoemd in artikel 2, tweede lid der wet, moet
worden bewaard in daarvoor bestemde bakken, dan wel metalen
confiscaatemmers, tenzij de directeur ter zake van de bewaring een andere
regeling met de aangifteplichtige treft.