**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
a. wet : de Wet werk en bijstand;
b. belanghebbende : degene wiens belang rechtstreeks bij een
besluit op grond van deze verordening is betrokken;
c. woonlasten:
1. indien een huurwoning wordt bewoond, de voor de
huurwoning per maand verschuldigde huurprijs;
2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag
per maand omgerekende som van de ten behoeve van de
financie- ring van de woning verschuldigde hypotheekrente en
de in ver- band met het in eigendom hebben van de woning te
betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten
wordt verstaan: het eigenaarsaandeel van de onroerende
zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering,
het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten en de kosten
van groot onderhoud, overeenkomstig de terzake genormeerde
bedragen;
d. toeslag : de verhogingen en verlagingen als bedoeld in
Hoofdstuk 3, § 3.3 van de wet;
e. verzorgingsbehoevende : de persoon als bedoeld in artikel
4, lid 5 van de wet;
f. verzorgende : de belanghebbende die, met toepassing van
artikel 4, lid 5 van de wet, een verzorgingsbehoevende
verzorgt die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en
met wie een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad
bestaat;
g. medebewoner : degene die, evenals de huurder of de
eigenaar van een woning, in dezelfde woning zijn
hoofdverblijf heeft;
h. bijstandsnorm : de op de belanghebbende(n) van toepassing
zijnde norm als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van de wet,
exclusief vakantietoeslag en inclusief de toeslag of
verlaging op grond van deze verordening;
raad : de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland;
college : het college van burgemeester en
wethouders van de gemeente Dinkelland.
**2..** De algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen slechts dan
geacht worden gedeeld te worden met een medebewoner, indien deze
beschikt over een in aanmerking te nemen inkomen dat hoger is dan
het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger
onderwijs als bedoeld in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering
2000.
**3..** Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende personen
niet aangemerkt als een medebewoner c.q. als een persoon die in
dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder als bedoeld in
artikel 4, lid 2 van de wet;
een bloedverwant in de eerste of tweede graad aan wie door
de alleenstaande, de alleenstaande ouder, de tot het gezin
behorende ouder of het daartoe behorende meerderjarig kind
de zorg wordt verleend als bedoeld in artikel 4, lid 5 van
de wet.
**4..** a. Deze verordening is van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar
of ouder, doch jonger dan 65 jaar.
b. Bij een gezin geldt deze verordening uitsluitend indien en voor
zover tenminste twee gezinsleden 21 jaar of ouder, doch jonger dan
65 jaar zijn.
**5..** De toepassing van de hoofdstukken 3 en 4 van deze verordening vindt
plaats onverminderd het bepaalde in artikel 18 van de wet.
**6..** De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen
hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet en de Algemene wet
bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening
wordt afgeweken