Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Toeslagenverordening gemeente Dinkelland 2012

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet : de Wet werk en bijstand; b. belanghebbende : degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit op grond van deze verordening is betrokken; c. woonlasten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de voor de huurwoning per maand verschuldigde huurprijs; 2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financie- ring van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in ver- band met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten wordt verstaan: het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten en de kosten van groot onderhoud, overeenkomstig de terzake genormeerde bedragen; d. toeslag : de verhogingen en verlagingen als bedoeld in Hoofdstuk 3, § 3.3 van de wet; e. verzorgingsbehoevende : de persoon als bedoeld in artikel 4, lid 5 van de wet; f. verzorgende : de belanghebbende die, met toepassing van artikel 4, lid 5 van de wet, een verzorgingsbehoevende verzorgt die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en met wie een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat; g. medebewoner : degene die, evenals de huurder of de eigenaar van een woning, in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft; h. bijstandsnorm : de op de belanghebbende(n) van toepassing zijnde norm als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van de wet, exclusief vakantietoeslag en inclusief de toeslag of verlaging op grond van deze verordening; raad : de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland; college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland. 2.. De algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen slechts dan geacht worden gedeeld te worden met een medebewoner, indien deze beschikt over een in aanmerking te nemen inkomen dat hoger is dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000. 3.. Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende personen niet aangemerkt als een medebewoner c.q. als een persoon die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 4, lid 2 van de wet; een bloedverwant in de eerste of tweede graad aan wie door de alleenstaande, de alleenstaande ouder, de tot het gezin behorende ouder of het daartoe behorende meerderjarig kind de zorg wordt verleend als bedoeld in artikel 4, lid 5 van de wet. 4.. a. Deze verordening is van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar. b. Bij een gezin geldt deze verordening uitsluitend indien en voor zover tenminste twee gezinsleden 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar zijn. 5.. De toepassing van de hoofdstukken 3 en 4 van deze verordening vindt plaats onverminderd het bepaalde in artikel 18 van de wet. 6.. De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel