**1..** De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag:
indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere
algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan
waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of
niet geheel kunnen delen van deze kosten met een
medebewoner;
indien, met toepassing van artikel 4, lid 5 van de wet,
sprake is van een verzorgingsbehoevende en verzorgende als
bedoeld in artikel 1, lid 3, aanhef, sub b van deze
verordening.
**2..** De in het eerste lid bedoelde toeslag wordt, voor zover het in dat
lid gestelde aan de orde is, bepaald op 20% van de bijstandsnorm als
bedoeld in artikel 21, lid 1 van de wet.
**3..** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt voor de alleenstaande
en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing
is, 10% van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, lid 1 van de
wet.
HOOFDSTUK 4 Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of de
toeslag