1. Een aanvraag voor een erkenning wordt door middel van een door Onze Ministers
vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Ministers.
2. Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam en het adres van de aanvrager;
b. de werkzaamheid waarop de aanvraag betrekking heeft;
c. het certificaat of de accreditatie voor de werkzaamheid;
d. de vestigingsplaats van de persoon of instelling;
e. indien van toepassing, de naam en een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28
van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan zes maanden, van de
natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 9, tweede lid.
3. Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid
bedoelde gegevens.