1. Onze Ministers beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de
aanvraag. Onze Ministers kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste acht weken.
2. Indien de beschikking niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn is
bekendgemaakt, wordt de beschikking geacht te zijn geweigerd.
3. Onze Ministers verlenen de erkenning geheel of gedeeltelijk indien de desbetreffende
persoon of instelling:
a. niet in staat van faillissement of surseance van betaling verkeert; en
b. heeft voldaan aan artikel 10, tweede lid..
4. Bij regeling van Onze Ministers wordt aangegeven of een erkenning voor een
werkzaamheid wordt gebaseerd op een certificaat of een accreditatie.
5. Een erkenning kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien de desbetreffende
persoon of instelling of een bestuurder van deze persoon of instelling, in de drie jaren
voorafgaande aan de aanvraag een wettelijk voorschrift heeft overtreden dat is gesteld bij of
krachtens dit besluit, bij of krachtens één van de in artikel 21 of 22 genoemde wetten of artikel
225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met een
werkzaamheid.