1. In afwijking van artikel 10, tweede lid, onderdeel e, verstrekt een aanvrager, wiens land
van oorsprong of herkomst een andere lidstaat van de Europese Unie is dan Nederland, dan wel
een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte een
gelijkwaardige verklaring omtrent het gedrag, die niet ouder is dan zes maanden.
2. Met een certificaat of een accreditatie wordt gelijkgesteld een certificaat of een
accreditatie afgegeven door een daartoe bevoegd verklaarde certificeringsinstelling,
onderscheidenlijk accreditatie-instelling, in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in
een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst inzake
de Europese Economische Ruimte, welk certificaat of accreditatie is afgegeven op basis van
onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig
is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen of normdocumenten wordt gewaarborgd.
3. Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of vergelijkbare beschikking
afgegeven door een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie dan
Nederland dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese
Economische Ruimte, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat ten
minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de voorwaarden van artikel 10, tweede lid, wordt
gewaarborgd. Artikel 9, vierde lid en artikel 24 zijn van overeenkomstige toepassing.