1. Degene die ingevolge de bij of krachtens dit besluit gestelde regels onderzoek dient te
verrichten op of in een gedeelte van de bodem ten aanzien waarvan hem de nodige bevoegdheid
ontbreekt, kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen als bedoeld in artikel 71 van de Wet
bodembescherming.
2. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, verstrekt bij het verzoek de volgende gegevens:
a. zijn naam en adres;
b. de naam en het adres van de rechthebbenden;
b. de plaats waar het onderzoek zal plaatsvinden;
c. de aard, de omvang en het tijdstip van het voorgenomen onderzoek, en
d. de handelingen die de rechthebbenden in het belang van het onderzoek moeten nalaten.