Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 18

Garantietoeslag voormalige alleenstaande ouders

Onderdeel van Verordening Bijzondere Bijstand

Indien het laatste kind dat tot het gezin van de alleenstaande ouder behoort niet meer ten laste komt van de ouder, als gevolg waarvan op de ouder de bijstandsnorm van een alleenstaande van toepassing wordt, wordt aan die alleenstaande een garantietoeslag verleend ter hoogte van 20% van de bijstandsnorm voor het gezin gedurende 3 maanden, met ingang van de eerste dag waarop de alleenstaande ouder een uitkering naar de norm van een alleenstaande ontvangt. Na afloop van de termijn van 3 maanden, zoals bedoeld in lid 1, wordt gedurende een periode van 3 maanden een toeslag verleend van 10% van de bijstandsnorm voor het gezin. Indien de belanghebbende een inkomen gaat ontvangen, dat hoger is dan de bijstandsnorm voor een alleenstaande wordt het inkomen boven deze norm in mindering gebracht op de toeslag zoals bedoeld in lid 1 en 2. De vrijlating op grond van artikel 31 lid 2 onderdeel r WWB wordt niet bij de berekening betrokken. De toeslag wordt beëindigd, indien de belanghebbende niet langer is aan te merken als alleenstaande in de zin van artikel 4 onder a WWB of de belanghebbende wordt opgenomen in een inrichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel