Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Minimaregeling Walcheren

In deze verordening wordt verstaan onder: Orionis Walcheren: het bestuur van Orionis Walcheren; het college: het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Veere; WWB: Wet werk en bijstand; belanghebbende: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin die ten behoeve van zichzelf of het gezin een voorziening in het kader van deze regeling verzoekt dan wel ambtshalve aanspraak maakt op een voorziening; partner: de persoon die al of niet gehuwd met de belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, lid 1 sub c van de WWB; gezamenlijke huishouding: bij de beoordeling of er sprake is van een gezamenlijke huishouding wordt aangesloten bij bepalingen die hiervoor in de WWB gelden; alleenstaande: een alleenstaande als bedoeld in artikel 4, lid 1 sub a van de WWB; alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, lid 1 sub b van de WWB; ten laste komend kind: het kind tot 18 jaar waarvoor aanspraak op kinderbijslag wordt gemaakt door belanghebbende of diens partner; de regeling is ook van toepassing voor kinderen die uit huis zijn geplaatst maar waarvoor de ouder wel kinderbijslag ontvangt; voorziening: geldelijke bijdrage; bijstandsnorm: de op de alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermeerderd of verminderd met de door Orionis Walcheren vastgestelde verhoging of verlaging, zoals genoemd in artikel 5 aanhef en onder c van de WWB; inkomen: het netto inkomen exclusief vakantietoeslag over de peilmaand, waarbij voor het inkomen wordt aangesloten bij de bepalingen van artikel 32 van de WWB, voor zelfstandigen wordt het inkomen vastgesteld op de laatst vastgestelde jaarrekening met een maximum van 3 jaar voor de peildatum; chronisch zieke: een belanghebbende of een kind, die op de peildatum: geïndiceerd is voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, gehandicaptenparkeerkaart en of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor wonen, werk en vervoer, of op een ander wijze kunnen aantonen dat er sprake is van een chronische ziekte of handicap of: een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%; beschikt over een medische rapportage waaruit blijkt dat er sprake is van een arbeidsongeschiktheid van tenminste 80%; peildatum: 1 januari van het kalenderjaar waarop de voorziening betrekking heeft peilmaand: de maand januari van het kalenderjaar waarop de voorziening betrekking heeft; bij verblijf in een inrichting wordt het inkomen van belanghebbende of diens partner verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde bijdrage in de verzorgingskosten; inrichting: een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is; indien de belanghebbende of diens partner in een inrichting verblijft wordt het sociaal minimum verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 23, lid 2 WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel