**1..** Indien de belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, en indien het maatregelwaardig gedrag niet valt onder de artikelen 10 tot en met 14 wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** Een maatregel wordt indien er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: 20% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 40% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- tot € 10.000,-: 50% gedurende 6 maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 10.000,- of meer 50% gedurende 12 maanden.
**3..** In het geval dat een belanghebbende zich binnen een periode van 12 maanden na vaststelling van de eerdere verwijtbare gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging zoals bedoeld in dit artikel, wordt de duur van de maatregel verdubbeld.
Hoofdstuk 4.
Artikel 15.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012 gemeente Midden-Delfland