**1..** Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd van minimaal 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand. Het opleggen van een maatregel laat onverlet dat de betrokkene ook een verbod kan worden opgelegd tot het betreden van gemeentelijke gebouwen.
**2..** Indien de belanghebbende zich binnen 12 maanden na een gedraging als bedoeld in het eerste lid opnieuw schuldig maakt aan een dergelijke gedraging, wordt een maatregel opgelegd van ten minste 50% gedurende twee maanden.
**3..** In die gevallen dat betrokkene zich binnen een periode van 12 maanden na vaststelling van de vorige verwijtbare gedraging voor een derde of volgende keer schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging, wordt laatst opgelegde maatregel verdubbeld. Daarbij wordt in eerste instantie de hoogte van de maatregel verdubbeld. Is dit niet mogelijk dan wordt de duur van de eerder opgelegde maatregel verdubbeld.
Hoofdstuk 4.
Artikel 16.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012 gemeente Midden-Delfland