De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit:
een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer.
een voorziening in natura in de vorm van:
een al dan niet aangepaste bruikleenauto;
een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
een open elektrische buitenwagen (scootmobiel);
een ander verplaatsingsmiddel;
een tegemoetkoming in de kosten of een vergoeding van:
aanpassing van een eigen auto;
gebruik van een eigen auto of een bruikleenauto, mits is vastgesteld dat geen gebruik kan worden gemaakt van de in sub 3 of 4 genoemde voorziening;
gebruik van een taxi;
gebruik van een rolstoeltaxi;
aanschaf of gebruik van een ander verplaatsingsmiddel;
medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het gebruik van het openbaar vervoer.
Hoofdstuk 5.
Artikel 36.
Vormen van vervoersvoorzieningen
Onderdeel van voorzieningen maatschappelijke ondersteuning