**1..** Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel 36 onder a. vermeld in aanmerking worden gebracht, wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek:
het gebruik van het openbaar vervoer of;
het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk maken.
**2..** Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel 36 onder b. en c. vermeld in aanmerking worden gebracht wanneer :
aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid onmogelijk maken, dan wel;
een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid niet aanwezig is.
**3..** Voor de bij artikel 36 onder b sub 2., 3. en 4. en onder c. sub 3. t/m 6. genoemde voorzieningen geldt, in uitzondering op het gestelde in het vorige lid onder b., dat zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1 onder a. verstrekt kunnen worden.
**4..** Bij het vaststellen van de hoogte van de vervoerskostenvergoeding, als bedoeld in artikel 36 onder c sub 2., 3., 4. en 5. kan rekening worden gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de gehandicapte en de mate waarin een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1 onder a in die vervoersbehoefte kan voorzien.
**5..** Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt gezamenlijk niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend.
**6..** De omvang van de vervoersvoorziening wordt jaarlijks door het college bepaald en vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Krimpen aan den IJssel. Bij wijziging van de beleidsregels in het nadeel van belanghebbenden is het college bevoegd een overgangsregeling te treffen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 37.
Het recht op een vervoersvoorziening
Onderdeel van voorzieningen maatschappelijke ondersteuning