Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 26

Functiegebonden toelagen

Onderdeel van Sociaal statuut organisatieveranderingen

Voor de medewerker die wordt herplaatst in een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen. Aan de medewerker, wiens bezoldiging een blijvende verlaging ondergaat van ten minste 3% van de som van het salaris en de toelage als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij de betreffende toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging daarvan, gedurende ten minste 2 jaren zonder een onderbreking van langer dan twee maanden heeft ontvangen. Indien de onderbreking het gevolg is van arbeidsongeschiktheid, zwangerschaps-, bevallings- of ouderschapsverlof wordt deze voor de toepassing van dit artikellid niet meegerekend. De in het tweede lid van dit artikel bedoelde toelage wordt als volgt afgebouwd: Gedurende het eerste jaar na de herplaatsing ontvangt de medewerker 75% van de in lid 2 van dit artikel bedoelde verlaging; Gedurende het tweede jaar na de herplaatsing ontvangt de medewerker 50% van de in lid 2 van dit artikel bedoelde verlaging; Gedurende het derde jaar na de herplaatsing ontvangt de medewerker 25% van de in lid 2 van dit artikel bedoelde verlaging; Vanaf het vierde jaar bestaat er geen recht meer op een afbouwregeling.

Rechtspraak bij dit artikel