Een welstandsnota is, kort gezegd, het beleidsdocument dat moet
voorzien in de criteria die ht bevoegd gezag hanteert bij het
beoordelen van een bouwplan op welstandsvereisten. Het bevoegd gezag
is doorgaans het college van burgemeester en wethouders. Artikel 12
van de Woningwet stelt:"Het uiterlijk en de plaatsing van een
bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de
omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, mogen niet in
strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de
criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a." Dat
Artikel 12a eerste lid onder a vervolgt:"De gemeenteraad stelt een
welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval
de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij haar
beoordeling (…)".
Een gemeente is niet verplicht om een welstandsnota vast te stellen.
Als een gemeente echter een bouwplan wil toetsen aan redelijke eisen
van welstand, kan dat alleen als er een welstandsnota is
vastgesteld. Een welstandsoordeel moet goed zijn onderbouwd en de
criteria moeten democratisch zijn vastgesteld. De welstandsnota moet
daaraan invulling geven op een wijze die de gevraagde duidelijkheid
verschaft. Daarbij biedt het, als beleidsdocument, ruimte voor
nieuwe accenten.
Het opstellen van de welstandsnota is uiteraard ook een goede
gelegenheid om het ruimtelijk kwaliteitsbeleid als geheel tegen het
licht te houden en de plaats van welstand daarbij duidelijk te
maken. De achtergronden daarvoor worden in dit eerste hoofdstuk van
deel A (Algemeen) geschetst. Hoofdstuk 2 van deel A geeft een
overzicht van de uitvoering van het beleid en de daarin opgetreden
of optredende veranderingen. Een overzicht van het beschikbare
instrumentarium voor de welstandsnota is te vinden in hoofdstuk 3.
In hoofdstuk 4 en 5 wordt een ruimtelijke analyse gegeven van het
buitengebied en het dorp.
Het deel B (Beleidsregels) begint met hoofdstuk 6 waarin na een
inleiding over het gebruik van de nota de criteria voor de
objectgerichte criteria voor veel voorkomende objecten in het
buitengebied aan de orde komen. Hoofdstuk 8 zijn de te onderscheiden
deelgebieden van het buitengebied beschreven en van gebiedsgerichte
criteria voorzien. In hoofdstuk 9 zijn de te onderscheiden
deelgebieden van de kern beschreven en van gebiedsgerichte criteria
voorzien.Hoofdstuk 10 bevat de procedure voorschriften bij nieuwe
projecten. De in acht te nemen criteria in het kader van de
excessenregeling zijn in hoofdstuk 11 aangegeven. Dan volgen de
algemene welstandscriteria in hoofdstuk 12 en tot slot de
Welstandskaart in hoofdstuk 13.
In Deel C zijn bijlagen toegevoegd die het gebruik van de nota
kunnen vergemakkelijken, een lijst van gebruikte begrippen en de
volledige tekst van de algemene welstandscriteria.