Objectbeschrijving
Het komt voor dat agrarische bedrijven hun functie verliezen of
veranderen/ inkrimpen waardoor bijgebouwen vaak omgebouwd worden
t.b.v. van andere activiteiten of functies. Bijgebouwen van de
traditionele agrarische bedrijven zijn meestal discreet, ondanks de
soms zorgvuldig gemetselde gevels en sobere ornamentiek (raamdorpels
en windveren).
Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid
De uitstraling van een traditioneel complex is vaak te danken aan de
opzet en schakering van de gebouwen waar ook de schuren bijhoren.
Bij verandering van functie is het van belang dat het
bebouwingsbeeld, de architectonische karakteristieken en kleur- en
materiaalgebruik gehandhaafd blijven en dat het uiterlijk niet
aangetast wordt. Dit betekent dat wijzigingen in de gevels,
openingen en dakvorm geen uitgangspunt zijn bij
functieverandering.
De oorspronkelijke bebouwing (voor verandering van functie) vormt
het kader voor de welstandstoets.
Objectcriteria
Ruimtelijke structuur
- De bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
landschappelijke inrichting.Plaatsing- De plaatsing is ondergeschikt
aan het hoofdgebouw (woning).
Massa en vorm
- De hoofdvorm is de oorspronkelijke opzet (meestal enkelvoudig en
rechthoekig).
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik
- De gevels zijn in metselwerk uitgevoerd. Ander materiaal, is waar
nodig en op kleine schaal toegestaan, mits het algemeen beeld en
gevelopbouw gerespecteerd blijven.
- De dakvlakken worden in pannen uitgevoerd. Ander materiaal is
toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd, afwijkend
van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten- of dakpan-)
profiel.
Eventuele nadere bepalingen per gebied zijn te vinden in de
gebiedsbeschrijving en -criteria.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.5
Object "gedrijfsbebouwing van voormalige agrarische bedrijven"
Onderdeel van Welstandsnota