Dit gebied strekt zich globaal uit van Diermen en het
polderlandschap in het westen tot aan Veenhuizerveld en het
bosgebied in het oosten, alsmede rondom de "enclave" van de
Huinerbroek. Noordelijk is het gebied begrensd door de 't
Oeverstraat/Zuiderzeestraatweg en de gemeente Ermelo. In de
zuidelijk richting is het heidegebied de grens. In dit gebied staan
de landgoederen Vanenburg en Bijstein.
Bebouwing
De bebouwing concentreert zich voor een merendeel rondom kruispunten
in het kleine wegennet zoals Diermen, Hell/Veldhuizen,
Hoonhorst/Hoge Steeg, Klein Boeyen en Klein Weelderen/Lange Meeën in
het oostelijke en zuidelijke gedeelten. In het westelijke en
oostelijke gedeelte zijn groepen met grootschalige agrarische
bedrijven (Rozendaal, Huinen, Veenhuizeveld, Halvinkhuizen) of met
kleinere bebouwing (De Paardebloem, Hondskont en Huinerwal) te
vinden.
Het gebied oogt relatief goed behouden, de nederzettingen hebben nog
een traditionele uitstraling ondanks sommige recente grootschalige
bouwwerken (bijvoorbeeld een manege bij Hell). De agrarische
bedrijvencomplexen staan met veel aangeplant groen (hoge bomen) in
een vrij open landschap of tegen de randen van de bosstroken boven
de heiden. De verkaveling zelf is onregelmatig en gevarieerd.
In het halfopen landschap (Diermen, Hell/Veldhuizen en
Hoonhorst/Hoge Steeg) zijn de hoofdwoningen nog vaak kleine
hallenhuizen met een afgewolfd zadeldak, soms met bijgebouwen uit de
jaren '50/'70, met nok gericht naar de weg. De schuren geven een
andere ruimere schaal aan de complexen. Deze staan achter de
gevellijn in zicht vanaf de openbare weg en zijn vaak fors van
afmetingen. Dit geldt vooral voor de recente constructies. Het
merendeel is gemetseld en gedekt met golfplaten, maar de nieuwe
schuren hebben een stalen constructie en zijn deels voorzien van
groene geprofileerde stalen platen. Ze zijn hoger en grote
dakvlakken zijn opvallend. Toch is het beeld dat van een vrij
oorspronkelijk gebleven agrarisch gebied. Rood en bruingrijs
metselwerk, soms wit gepleisterd, riet en donkere dakpannen (oranje
komt in mindere maat voor), wit, donkergroen en donkerbruin (jaren
'70) in het schilderwerk en hout zijn de gebruikelijke kleuren en
materialen.In het gebied waar de beboste clusters dichter zijn, zijn
de hoofdwoningen groter van opzet. De complexen staan tegen de
bosrand met de schuren achter de gevellijn, gericht naar de weg maar
terugliggend. De gebouwen zijn opgetrokken uit lichtrode tot
donkerrode bakstenen, hebben een afgewolfd zadeldak met donkere
pannen. De schuren zijn gedekt met lichte of donkere pannen of
golfplaten. Ondanks de schaal van de complexen is het beeld
ingetogen en rustig.
Commerciële gebouwen staan langs de N303 ten hoogte van Veldhuizen.
Ze zijn als blikvanger ontworpen maar hebben geen architectonische
relatie met de omgevende bebouwing.
In het oostelijke gedeelte staat landgoed Oldenaller, verscholen in
het beboste domein maar desalniettemin een beeldbepalend element -
zichtbaar vanaf de Nijkerstraat door een opening of zichtas in het
bos en in het landschap. Dicht bij de kern Putten staat landgoed
Bijstein.Het algemene beeld van dit gebied is dat in het open
landschap de gebouwen laag op de bodem staan en bij de beboste
gebieden de grote gebouwen tegen de bosrand staan. De natuurlijke
omgeving bepaalt de schaal en kenmerken van de complexen.
Ontwikkeling en beleid
In het agrarische ontwikkelingsgebied moet rekening gehouden worden
met een aanmerkelijke schaalvergroting, waardoor enerzijds bedrijven
fors zullen groeien, anderzijds bedrijven zullen stoppen met hun
bedrijfsvoering.In de landgoederenzone is een beperkt aantal
bedrijven met kleinschalige activiteiten toegestaan. In het
agrarisch ontwikkelingsgebied zal verplaatsing van
verblijfsrecreatie bedrijven worden gestimuleerd (naar
Krachtighuizen). Nieuwe voorzieningen worden niet toegestaan.
Wonen is alleen toegestaan in bestaande bebouwing. Bij
functiewijziging van een agrarisch of niet-agrarisch zal overtollige
bebouwing moeten worden gesloopt.Er is geen aanleiding gevonden tot
een verbijzondering van de loket- en objectcriteria voor de
bebouwing in dit gebied. Om die reden wordt volstaan met het een
algemeen criterium.
Welstandscriteria
Algemeen
- De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en
de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de
landschappelijke inrichting.