BIJLAGE RICHTLIJN BIJZONDERE BIJSTAND
Richtlijn bijzondere bijstand, behorend bij de beleidsregels bijzondere bijstand van de gemeente Alkmaar.
Inleiding
Er is gekozen voor het opstellen van een Richtlijn voor de uitwerking van de beleidsregels bijzondere bijstand. Deze Richtlijn bevat een uitwerking van kostensoorten waarover het college van burgemeester en wethouders uitdrukkelijk stelling heeft genomen en is daarom geen instrument voor de beoordeling van aanvragen betreffende andere kosten. Iedere aanvraag om bijzondere bijstand dient in behandeling te worden genomen en te worden beoordeeld aan de hand van de vier hoofdvragen. Een aanvraag om bijzondere bijstand kan niet worden afgewezen om reden dat de kosten niet voorkomen in deze gemeentelijke Richtlijn.
I Medische en paramedische kosten
- - De verplichte zorgverzekering (basispakket) op grond van de Zorgverzekeringswet en de AWBZ wordt geacht een passende en toereikende voorliggende voorziening te zijn voor noodzakelijke medische kosten. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor medische en paramedische kosten die niet door de zorgverzekeraar worden vergoed.
- - Geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor kosten die voor rekening van een belanghebbende blijven op grond van een vrijwillig of verplicht eigen risico.
- - Op grond van artikel 35 lid 6 WWB wordt belanghebbenden een collectieve aanvullende zorgverzekering aangeboden, in de vorm van de AZG bij zorgverzekeraar Univé, waarmee zij voldoende verzekerd worden geacht voor de voorziening in medische en paramedische kosten.
II Elektrische apparatenregeling
- - Onder elektrische apparatenregeling wordt een vervangingsvergoeding verstaan voor:
- - Wasmachine;
- - Kookplaat;
- - Koelkast;
- - Stofzuiger.
- - In afwijking van het eerste lid behoort een computer tot de elektrische apparatenregeling als tot het gezin kinderen behoren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar.
- - Bijzondere bijstand wordt verstrekt, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- - belanghebbende heeft aantoonbaar een inkomen gehad dat langer dan drie jaar niet meer heeft bedragen dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm;
- - belanghebbende heeft, gelet op de levensduur van de gebruiksgoederen, in de voorliggende acht jaren geen bijstand aangevraagd voor deze kosten.
- - Ontvangen langdurigheidstoeslag wordt voor de reserveringscapaciteit in aanmerking genomen (artikel 4 lid 9 van de Beleidsregels bijzondere bijstand).
III Duurzame gebruiksgoederen, inrichtings- en verhuiskosten
- - Duurzame gebruiksgoederen zijn alle goederen die een duurzaam karakter hebben en met restwaarde als bedoeld in artikel 51 WWB.
- - In afwijking van het eerste lid gelden voor een limitatieve lijst elektrische apparaten de regels als genoemd in II Elektrische apparatenregeling.
- - Kosten van duurzame gebruiksgoederen en (eerste) inrichting behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Voor deze kosten dient vooraf te worden gereserveerd door middel van sparen of achteraf door middel van een geldlening. Er bestaat in beginsel geen recht op bijzondere bijstand voor deze kosten.
- - In afwijking van het derde lid geldt voor bijzondere situaties (bijvoorbeeld voormalige asielzoekers) dat voor de eerste inrichting bijzondere bijstand mogelijk is.
- - Als belanghebbende geen of onvoldoende middelen heeft om in de kosten te voorzien en een krediet bij een kredietbank of andere kredietverstrekker niet mogelijk is, wordt bijzondere bijstand in beginsel toegekend in de vorm van een renteloze geldlening als bedoeld in artikel 51 WWB. Hiervoor geldt het volgende:
- - de lening mag niet meer bedragen dan wat er in 36 maanden kan worden afgelost. Het meerdere wordt om niet verstrekt;
- - als een belanghebbende (gedeeltelijk) heeft kunnen reserveren dan wordt individueel afgewogen wat dit voor gevolgen heeft voor de geldlening.
- - Is een geldlening niet mogelijk of zijn er andere dringende redenen, dan kan de bijstand om niet worden verstrekt.
- - Langdurigheidstoeslag van de afgelopen 12 maanden wordt voor de reserveringscapaciteit in aanmerking genomen (artikel 4 lid 9 van de Beleidsregels bijzondere bijstand).
- - Voor de geldlening als bedoeld onder het vijfde lid gelden de volgende uitgangspunten:
- - de aflossingscapaciteit wordt vastgesteld op 10% van de toepasselijke bijstandsnorm, verminderd met de gereserveerde vakantietoeslag. De bedragen worden steeds per 1 januari en 1 juli geïndexeerd;
- - de hoogte van de geldlening bedraagt maximaal 36 maal de vastgestelde aflossingscapaciteit;
- - maandelijks dient de belanghebbende een bedrag gelijk aan 1/36 van de verstrekte geldlening op de lening af te lossen. Indien en zolang de belanghebbende een bijstandsuitkering ontvangt geschiedt dit door inhouding op de bijstand.
- - het bedrag bedoeld onder b. niet toereikend is wordt het meerdere om niet verstrekt.
- - Voor verhuiskosten en inrichtingskosten die geen duurzaam karakter hebben (kosten dubbele huur, verhuisdozen, huur verhuiswagen, verf, behang etcetera), gelden de Wmo en een lening bij een kredietverstrekkende instelling als een voorliggende voorziening. Als er geen voorliggende voorziening (mogelijk) is, kan op grond van bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand worden verstrekt. In dat geval wordt de bijstand om niet verstrekt.
- - Voor de hoogte van de bijdrage als bedoeld in dit artikel, wordt de Nibud prijzengids aangehouden. Uitzondering hierop zijn de kosten van volledige stoffering en inrichting waarvoor een maximale bijdrage geldt als genoemd in de Normenlijst (zie bijgaand). Dit bedrag is inclusief de kosten bedoeld onder II Elektrische apparatenregeling.
- - Het draagkrachtpercentage voor de kosten als bedoeld in dit artikel bedraagt 100%.
IV Woonkosten
- - Bijzondere bijstand voor woonkosten is mogelijk in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld na verbreking van een relatie. Er zijn twee varianten wanneer dit verstrekt kan worden:
- - de huur ligt boven de subsidiegrens;
- - er is sprake van een eigen huis.
- - Als woonkosten voor een eigen huis worden in aanmerking genomen:
- - hypotheekrente;
- - zakelijke lasten in verband met het hebben van een eigendom;
- - onderhoudskosten eigen huis (zie Normenlijst).
- - De hoogte van de bijstand is afhankelijk van de huurprijs en/of hypotheekrente plus aanverwante kosten koopwoning en wordt vastgesteld conform de systematiek van de berekening van de huurtoeslag.
- - De woonkostentoeslag is tijdelijk (in principe 6 maanden) en aan de bijstandsverlening wordt een verhuisplicht gekoppeld.
- - In bijzondere situaties kan van de verhuisplicht worden afgezien (bijvoorbeeld bij gehandicapten die in een aangepaste woning wonen of zelfstandigen die bij hun bedrijf wonen).
- - Het draagkrachtpercentage voor de kosten als bedoeld in dit artikel bedraagt 100%.
V Verzorging, hulp en ondersteuning
- - Voor de volgende kosten in verband met verzorging, hulp en ondersteuning bestaat recht op bijzondere bijstand voor:
- - de eigen bijdrage thuiszorg (AWBZ verzorging, verpleging en/of begeleiding) en/of Wmo hulp bij het huishouden.
- - bijzondere extra kosten door een ziekte of beperking. Bijvoorbeeld extra kosten voor ontwikkeling en ontspanning (inclusief seksuele hulpverlening),
- - de eigen bijdrage alarmeringskosten.
- - de eigen bijdrage ziekenvervoer.
- - de eigen bijdrage thuisadministratie verzorgd door De Wering.
- - de beloning van de bewindvoerder beschermingsbewind, de curator van een onder curatele gestelde belanghebbende, mits de kantonrechter in de beschikking is afgeweken van de wettelijke beloning, dan wel als de kantonrechter algemene toestemming heeft verleend aan de bewindvoerder of diens kantoor om een afwijkende beloning in rekening te brengen.
- - de kosten van rekening en verantwoording bij de start en aan het einde van het bewind of de curatele, mits de kantonrechter akkoord is gegaan met deze kosten.
- - de beloning van een mentor, mits deze beloning is vastgesteld door de kantonrechter.
- - de eigen bijdrage, het griffierecht en overige noodzakelijk te maken kosten als er een toevoeging voor rechtsbijstand is afgegeven door de Raad voor Rechtsbijstand, waaronder mede wordt verstaan de licht advies toevoeging (LAT). Vertalingkosten komen echter enkel voor bijzondere bijstand in aanmerking als de advocaat geen of onvoldoende beroep kan doen op de Uitvoeringsregeling subsidie vertaaldiensten.
- - de kosten van budgetbeheer als dit noodzakelijk blijkt en er geen sprake is van een voorliggende voorziening. Als in het minnelijke traject budgetbeheer ingezet wordt, dan staat de noodzaak in ieder geval vast.
- - de eigen bijdrage voor tweedelijns behandelingen GGZ, voor zover de behandelingen zijn gestart in 2012 en vervolgens ononderbroken hebben plaatsgevonden en er geen sprake is van een voorliggende voorziening.
- - Het draagkrachtpercentage voor de kosten als bedoeld
- - in het eerste lid a tot en met d en k bedraagt 35%.
- - in het eerste lid e tot en met j bedraagt 100%.
VI Kinderopvang
- - In zoverre er geen sprake is van een voorliggende voorziening kan in bijzonder noodzakelijke gevallen (zoals bij beperking ouder of kind) bijzondere bijstand voor kosten van niet arbeidsgerelateerde kinderopvang worden verstrekt voor:
- - tussenschoolse opvang;
- - noodzakelijke informele kinderopvang buiten de reguliere opvangtijden of als er nog geen plaats is in de formele kinderopvang;
- - In aanvulling op de aanspraak op kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko), wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de ouderbijdrage in de kosten van noodzakelijke kinderopvang voor de doelgroepen als bedoeld in artikel 1.6 eerste lid onderdelen c, e, k en l van de Wko, te weten:
- - ouders in een re-integratietraject of inburgeringstraject of die (gedeeltelijk) werkzaam zijn, en een aanvullende uitkering ontvangen op grond van de WWB/IOAW/IOAZ of ANW;
- - minderjarigen die scholing of een opleiding volgen en algemene bijstand (kunnen) ontvangen
- - ouders met een sociaal medische indicatie kind of ouder.
- - Het draagkrachtpercentage voor de kosten als bedoeld
- - in het eerste lid bedraagt 35%.
- - in het tweede lid bedraagt 100%.
VII Jongeren tot 21 jaar, algemeen
- - In bepaalde situaties kan een jongere van 18 tot 21 jaar geen beroep doen op de onderhoudsplicht van de ouders en bestaat er recht op bijzondere bijstand voor levensonderhoud of studie. Deze bijzondere bijstand op grond van artikel 12 WWB is een aanvulling op de basisnorm.
- - Dit is noodzakelijk als:
- - de middelen van de ouders niet toereikend zijn;
- - de jongere kan zijn aanspraak op de onderhoudsplicht jegens de ouders redelijkerwijs niet te gelde maken.
- - De hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijzondere bijstand is de aanvulling tot de bijstandsnorm voor een 21-jarige, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele verlaging conform de Toeslagenverordening gemeente Alkmaar.
- - Geen recht op bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 12 WWB heeft de uitwonende studerende jongere die studiefinanciering ontvangt ingevolge de WSF 2000. Deze studiefinanciering wordt aangemerkt als een passende en toereikende voorliggende voorziening.
VIII Jongeren tot 18 jaar, in een instelling
- - Voor kosten verbonden aan een verblijf van een minderjarig kind in een instelling of inrichting zoals bedoeld in het tweede lid en het vierde lid van dit artikel, kan bijzondere bijstand verstrekt worden voor zover de kosten noodzakelijk zijn en door de instelling hiervoor geen vergoeding wordt verstrekt.
- - Als een minderjarig kind geheel of gedeeltelijk is opgenomen in een instelling kan dit reiskosten met zich meebrengen in verband met noodzakelijk periodiek contact. De bijstandsnorm en de kinderbijslag voorzien niet in deze kosten. Om die reden is bijzondere bijstand mogelijk voor deze kosten.
- - Voor de hoogte van de in het tweede lid genoemde kosten geldt dat voor reiskosten:
- - binnen Alkmaar geen vergoeding mogelijk is tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden;
- - buiten Alkmaar vergoeding mogelijk is voor kosten van openbaar vervoer of ter hoogte van de jaarlijks door de belastingdienst vastgestelde onbelaste vergoeding.
- - Er is voor overige extra kosten verbonden aan verblijf in een instelling bijzondere bijstand mogelijk als de ouder(s) geen kinderbijslag voor het betreffende kind ontvangen. Bijzondere bijstand is dan mogelijk voor:
- - maaltijden thuis tijdens vakantie of weekendbezoek;
- - ontspanning (de instelling kan kosten van ontspanning en uitjes in rekening brengen bij de ouder);
- - kleding in geval van langdurige opname.
- - Het draagkrachtpercentage voor de kosten als bedoeld in dit artikel bedraagt 100%.
IX Uitvaartkosten
- - Voor kosten verbonden aan een uitvaart kan aan de nabestaanden bijzondere bijstand worden verstrekt;
- - Het draagkrachtpercentage voor de kosten als bedoeld in dit artikel bedraagt 35%.
NORMENLIJST
Beleidsregels
Artikel 8 lid 1 en lid 2
AlkmaarPas
Persoonsgebonden budget € 80,00
Korting op lidmaatschap vereniging € 100,00
Artikel 9 lid 2
Regeling meedoen met een beperking*
Alleenstaande (ouder) € 208,00
Gezin € 311,00
Artikel 10 lid 2
Regeling maatschappelijke participatiekosten**
Kinderen in de leeftijd van 4 t/m 11 jaar € 82,00
Kinderen in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar € 236,00
Richtlijn
Hoofdstuk III lid 10
Volledige stoffering en inrichting*
Maximale bedragen stofferingskosten
Alleenstaande € 1.222,00
2 of 3 personen € 1.368,00
4 of 5 personen € 1.760,00
6 personen of meer € 1.953,00
Maximale bedragen inrichtingskosten
Alleenstaande € 1.775,00
1 volwassene, 1kind € 2.239,00
1 volwassene, 2 kinderen € 2.603,00
Per extra kind € 345,00
2 volwassenen € 2.603,00
2 volwassenen, 1 kind € 3.080,00
2 volwassenen, 2 kinderen € 3.425,00
Per extra kind € 345,00
Hoofdstuk IV lid 2 sub c
Onderhoudskosten woning***
Onderhoudskosten eigen woning Per jaar
Woning gebouwd voor 1945 € 283,00
Woning gebouwd na 1945 € 498,00
Toeslag installatie voor centrale verwarming € 78,00
Toeslag liftinstallatie € 74,00
Toeslag algemeen beheer en administratie € 142,00
Hoofdstuk IX lid 1
Uitvaartkosten*
Max. bedrag begrafenis of crematie
(naar rato aandeel nalatenschap) € 3.146,00
* deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast met de consumentenprijsindex van het Centraal bureau voor de Statistiek met een afronding op € 1 naar boven.
** deze bedragen worden jaarlijks op 1 juli aangepast met de consumentenprijsindex van het Centraal bureau voor de Statistiek met een afronding op € 1 naar boven.
*** deze bedragen worden jaarlijks op 1 juli aangepast en zijn gebaseerd op de “Rendementen gesubsidieerde woningbouw" die in de staatscourant worden gepubliceerd. Het gaat dan om het percentage 'Kosten van onderhoud, algemeen beheer en administratie'.