Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet één of meer van de
volgende verplichtingen opnemen:
het deelnemen aan de voorziening;
het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;
het deelnemen aan voortgangsgesprekken;
deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands
als tweede taal I of II op een tijdstip dat in de overeenkomst
wordt neergelegd;
het behalen van het inburgeringsexamen of staatsexamen
Nederlands als tweede taal I of II binnen de door het college op
grond van artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of
binnen de door het college, op grond van artikel 31, tweede lid
onderdeel a en b van de wet, verlengde termijn;
het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
omstandigheden niet aan de verplichtingen in de overeenkomst kan
worden voldaan.