De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de
wet wordt in ten hoogste achttien maandelijkse termijnen
betaald.
Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
voorziening de termijnen van betaling vast.
Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.
Indien degene die een eigen bijdrage verschuldigd is een
uitkering ontvangt van het uitkeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de eigenrisicodrager verzoekt het
college het uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen of de
eigenrisicodrager indien mogelijk de eigen bijdrage ten behoeve
van het college te verrekenen of in te houden op die
uitkering.