Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of
tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden
naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
basisadministratie is ingeschreven.
In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening
die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen
vermeld die aan die voorziening worden verbonden.
De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
binnen vier weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod
al dan niet aanvaardt.
Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het
besluit tot vaststelling van de voorziening overeenkomstig het
gedane aanbod.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
De procedure van het doen van een aanbod
Onderdeel van Verordening Wet inburgering